De vrijheid die het moderne Westen de vrouw biedt, is van recente datum.
Oude culturen tonen een patroon van dominantie van de man. Ook de maatschappij van het Oude en het Nieuwe Testament was patriarchaal. Toch zijn man en vrouw volgens Genesis 1 gelijkwaardig geschapen: God schiep een mannelijke en vrouwelijke mens naar zijn beeld. Dat de rol van de vrouw als helper is gedefinieerd (Gen. 2:18) betekent niet zozeer inferioriteit van de vrouw, alswel de incompleetheid van de man.
De onderwerping van de vrouw in Genesis 3 is een vaststelling van de door de zondeval verworden man-vrouwverhouding, en geen straf; de onderwerping dient bestreden te worden. Het Oude Testament waardeert vrouwen hoog als echtgenote en moeder. Spreuken 31 tekent de ideale vrouw: betrouwbaar, actief en ondernemend in de samenleving, wijs en godvrezend. De wetten van Israël beschermden alleenstaande vrouwen. De publieke rol voor vrouwen was beperkt, al waren sommigen profeet of richter en oefenden bepaalde koninginnen veel invloed uit. Diverse passages beelden Gods liefde in vrouwelijke metaforen uit (Ps. 22:10, 71:6, Jes. 46:3, 49:15, 66:13, Spr. 8:1-9:6).
In de evangeliën zijn vrouwen nadrukkelijk aanwezig. Bevatte de joodse genealogie normaliter alleen mannen, Matteüs’ geboorteregister van Jezus telt vier vrouwen en Lucas tekent de lijn naar Maria. Voor Jezus waren man en vrouw gelijkwaardig, zoals Paulus ook aan de Galaten schreef (3:25-29). Niettemin beperken 1 Korintiërs 11:2- 16, 14:33-35 en 1 Timoteüs 2:8-15 de rol van de vrouw in de gemeente.
Vrouwenverachting en mariaverering gingen in de antieke en middeleeuwse maatschappij hand in hand. De Reformatie gaf de vrouw meer vertrouwdheid met de bijbel; ze ontwikkelde zich op intellectueel gebied. Het ideaal van de non werd ingewisseld voor dat van de vrouw-moeder. In de negentiende eeuw waren vrouwen in het protestantse Réveil actief, onder meer in sociale hulpverlening en in de strijd tegen slavernij, maar de man-vrouwverhouding wijzigde niet wezenlijk; de man was het hoofd van het gezin en trad als enige handelend op in de samenleving. Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden in katholieke en protestantse kring aparte organisaties voor vrouwen en traden ze geleidelijk aan ook vaker op in de samenleving. In de Rooms-Katholieke Kerk is het priesterschap voor vrouwen gesloten, maar in de loop van de twintigste eeuw werd het kerkelijk ambt in diverse protestantse kerkgenootschappen voor vrouwen opengesteld. Zie ook vrouwenbeweging.
Auteur
Tineke van der Waalgoudriaan [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
R.R. Ruether, Religion and Sexism. Images of Women in the Jewish and Christian Traditions (New York 1974)
M.J. Gunning, Gewaande rechten. Het denken over vrouwen en gelijkheid van Thomas van Aquino tot de Bataafsche Constitutie (Zwolle 1991)