Theologische stroming die principieel nadruk legt op de autonomie van de gelovige mens.
Niet de geloofstraditie, geloofsbelijdenis of dogmatiek zijn voor vrijzinnigen bepalend voor wat zij geloven, maar het eigen geloof staat centraal. Dit resulteert in een kritische bijbelbeschouwing, waarin de bijbel vooral een boek is waar inspiratie in te vinden is, en niet de openbaring van het woord van God. Vrijzinnigen staan open voor inspiratie uit andere religieuze tradities en uit de algemene cultuur (muziek, kunsten en wetenschap). Zij vinden dat geloof en wetenschap elkaar niet uitsluiten maar juist aanvullen, omdat zij verschillende benaderingen van dezelfde werkelijkheid zijn.
Zie voor de ontstaansgeschiedenis van de vrijzinnigheid in Nederland: modernisme.
In het begin van de eenentwintigste eeuw is vrijzinnigheid georganiseerd te vinden in de Remonstrantse Broederschap, de Vrije Gemeenten, de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Nederlandse Protestanten Bond en de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten (Vereniging van Vrijzinnig Hervormden). Ook gedeelten van de doopsgezinde traditie in Nederland horen hierbij. Principieel vrijzinnig is de Zwinglibond. Vanzelfsprekend zijn vergelijkbare opvattingen ook te vinden in andere kerken en religies. Vanaf het eerste kwart tot ongeveer het eind van de twintigste eeuw was deze vrijzinnigheid georganiseerd in de thans niet meer bestaande Centrale Commissie voor het Vrijzinnige Protestantisme.
Terwijl in Nederland met vrijzinnigheid een christelijke stroming wordt bedoeld, wordt het begrip in Vlaanderen gebruikt voor antireligieus humanisme.
Auteur
Tjaard Barnard [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W.B. Drees, red., Een beetje geloven: Actualiteit en Achtergronden van het Vrijzinnig Christendom (Amsterdam 1999)