Belijdenis van Gods leiding en zorg over mens en wereld.
Zij heeft te maken met de onderhouding en bewaring van de schepping, op zo’n manier dat de eigen werkzaamheid van het schepsel niet uitgewist wordt. De voorzienigheid is in de geschiedenis als een probleem ervaren met het oog op het bestaan van het kwaad (theodicee). Zondag 10 van de Heidelbergse catechismus formuleert de voorzienigheid van God als de almachtige en alomtegenwoordige kracht van God waardoor Hij alle dingen regeert en goede en kwade zaken ‘niet bij geval, maar van zijn vaderlijke hand ons toekomen.’ Het klassieke voorzienigheidsgeloof van een almachtige en alomtegenwoordige God is onder druk gekomen in de theologie van de twintigste eeuw en vanwege ingrijpende gebeurtenissen als de holocaust.
Auteur
K. van der Zwaag [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G.C. Berkouwer, De voorzienigheid Gods (Kampen 1950)
G. van den Brink e.a. (red.), Gegrond geloof (Zoetermeer 1996), 229-265