Voorspellend of mystiek beeld dat op bovennatuurlijke wijze wordt waargenomen.
Het bevattingsvermogen van de mens is ontoereikend om het goddelijke onmiddellijk te ervaren; het visioen breekt in die menselijke ervaringswereld in. De mens ‘schouwt’ zo het onzienlijke, vaak in de vorm van overweldigende lichteffecten of als theofanie van bijvoorbeeld de persoon van Jezus of een engel; een visueelzintuiglijke indruk, soms tijdens een mystieke extase. De theofanie komt als ‘roepingsvisioen’ ook in de bijbel voor, bijvoorbeeld in Jesaja, Ezechiël en de openbaring aan Johannes. Het visioen heeft ook een eigen plaats in allerlei min of meer mystieke stromingen: in de indiaanse mystiek (verschijning van de voorvaders), de joodse merkawa- of troonwagenmystiek, de ‘hemelvlucht’ bij Augustinus en Mohammed, en bij de woestijnvaders.
Uit de middeleeuwse mystiek zijn bekende voorbeelden de visioenen van Teresa van Avila en Hadewijch; Johannes van het kruis waarschuwde tegen dergelijke ervaringen en zag ze als signaal van een geestelijke onvolwassenheid. In de zestiende eeuw wordt het verschijnsel ook genoemd bij het radicaal-protestantisme, zoals dopersen en wederdopers.
Auteur
H.C. Endedijk [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Baers e.a. (red.), Encyclopedie van de mystiek (Kampen 2003).