Belangrijke notie in verschillende godsdiensten, zoals hindoeïsme, boeddhisme, parsisme en het uitgestorven manicheïsme, die een zeker ongenoegen met de toestand van dit leven impliceert.
In het Oude Testament komt de term niet voor, maar in het Nieuwe Testament is deze notie strikt met het werk van Jezus verbonden; politieke connotaties zijn er bijna niet. Het heil bestaat uit een verlossing van de zonden. Het Griekse werkwoord sôizô (redden) komt dan ook meer dan honderd keer in het Nieuwe Testament voor; het zelfstandig naamwoord sôtêr (redder) vierentwintig keer en sôtêria (redding) vijfenveertig keer. De term past goed bij de tijdgeest die vooral sôter vaak als bijnaam gaf aan de hellenistische heersers. In de loop van het Nieuwe Testament zien we een verschuiving van de notie van ‘redding’ van de tegenwoordige naar de toekomende tijd. De christelijke soteriologie heeft de notie later op verschillende wijzen uitgewerkt en daarbij trinitarische, christologische, antropologische en kosmologische aspecten nader uitgewerkt.
Auteur
J.N. Bremmer [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G. Lanczkowski e.a., ‘Heil und Erlösung I-IV’, in: Theologische Realenzyklopädie XIV (1985) 605-37