Kernwoord in de christelijke traditie, nauw verbonden aan verzoening. Kernbetekenis is dat de schuld niet langer wordt toegerekend, zodat de schuldige bevrijd wordt uit de rol van dader en de tegenpartij uit de rol van slachtoffer.
Vanouds is een nauwe band gezien tussen Gods vergeving aan ons en de onderlinge vergeving. Dat laatste is ter discussie komen te staan door toenemende aandacht voor het structurele onrecht. Een algemene oproep om elkaar te vergeven, zoals in de bijbel kan worden gevonden, blijkt in de praktijk voor plegers van onrecht ruimte te bieden en slachtoffers klem te zetten. Aansluitend bij bijvoorbeeld de profeten en Matteüs 5:23-24 kan men zeggen dat men alleen bij God vergeving kan vragen als men zich eerst gericht heeft tot de persoon die men heeft beschadigd. Vergeving blijkt ook in psychotherapeutische zin heilzaam wanneer het niet is afgedwongen, maar een vrije daad. Bij ernstige trauma’s blijft vergeving vaak problematisch.
Auteur
R. Ruard Ganzevoort [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]