Begrip in de Rooms-Katholieke Kerk dat verwijst naar de wonderbaarlijke verandering tijdens de eucharistieviering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus.
De transsubstantiatie beschrijft dus het ‘hoe’ van de werkelijke tegenwoordigheid. De transsubstantiatieleer voert historisch een middenkoers tussen twee denkpolen: het antirealisme dreigde de eucharistie te reduceren tot een symbool dat God niet aanwezig stelt; het ultrarealisme dreigde idolatrische vormen aan te nemen door God zichtbaar te maken in brood en wijn. De transsubstantiatieleer stelt dat God via de wezensverandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus wezenlijk aanwezig is, maar zonder zichtbare gestalte: we blijven de gestalte zien (zonder substantie) van brood en wijn.
Het concilie van Trente stelde vast dat de transsubstantiatie een ‘zeer geschikte’ uitdrukkingswijze is voor deze wezensverandering, dus niet de enig mogelijke.
Auteur
Stijn van den Bossche [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
E. Schillebeeckx, Christus’ tegenwoordigheid in de eucharistie (Bilthoven 1967)
T. Brattinga, De werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie: dialoog tussen de kerken (Amersfoort 1987)