Centraal heiligdom van Israël van de woestijnreis tot aan de bouw van de Eerste Tempel (Latijn: tabernaculum, tent; Hebreeuws: ‘ohel mo’ed, tent van de samenkomst).
Passend bij de nomadische leefwijze van het volk Israël tot aan de vestiging in het land, was het heiligdom een tent die gemakkelijk afgebroken en weer opgebouwd kon worden. Na de woestijnreis fungeerde de tabernakel als cultusplaats (zie: cultus) in achtereenvolgens Silo, Kirjat Je’arim, het huis van een zekere Obed-Edom en Jeruzalem. De totstandkoming van de tabernakel, inrichting en de precieze aanwijzingen voor de bouw zijn te vinden in Exodus 26-27 en 35-38. De tabernakel was de plaats van ontmoeting met God; hier kon men via de bemiddeling van de priesters God raadplegen. Alle grote feesten speelden zich rond de tabernakel af. In de rooms-katholieke traditie is de tabernakel de bewaarplaats van de geconsacreerde hostie. De methodisten hebben de gewoonte hun kerkgebouw tabernakel te noemen.
Auteur
Bart Wallet [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]