Visser uit Galilea, tot apostel geroepen. Geboren als Simeon bar Jona, broer van Andreas.
Hij was de vriend van Johannes en kreeg als leerling van Jezus de Aramese roepnaam Kap, rotsblok. In Griekse transcriptie werd dit Kèphas, vertaald als Petros. Met zijn rotsvaste overtuiging stond hij aan de basis van de christelijke kerk. Petrus trad vaak op als woordvoerder van de twaalf apostelen, bijvoorbeeld bij zijn belijdenis dat Jezus Christus de zoon van God is. Maar hij was ook degene die zijn meester driemaal verloochende. Als gehuwd apostel reisde Petrus vaak in gezelschap van zijn vrouw (1 Kor. 9:5). Behalve Jeruzalem en de Saronkustvlakte (Lydda, Joppe, Caesarea) heeft hij ook Antiochië, Babylon en vermoedelijk Korinte bezocht. Volgens de traditie is Simon Petrus in 67 of 68 na Chr. te Rome ondersteboven gekruisigd. Boven zijn graftombe verheft zich thans de St. Pieterskerk. Op de ruïnes van zijn woning te Kafarnaüm werd in de vijfde eeuw een achthoekige gedachteniskapel gebouwd.
Twee brieven in het Nieuwe Testament staan op Petrus’ naam. Volgens de traditie is het evangelie van Marcus uit zijn mond opgetekend.
Auteur
P.H.R. van Houwelingen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
P.H.R. van Houwelingen, De tweede trompet. De authenticiteit van de tweede brief van Petrus (Kampen 1988)
Carsten Peter Thiede, Geheimakte Petrus: auf den Spuren des Apostels (Stuttgart 2000)