Gave aan een godheid.
Volgens het onderricht van Mozes in het Oude Testament mag niemand met lege handen voor God verschijnen. Men nadert tot God met een offer, een gave als dank voor alles wat God geeft. Als het offer met elkaar gegeten wordt voor Gods aangezicht, dient het de gemeenschap met God en elkaar. Als mensen bij het offer hun fouten belijden, dient het de verzoening met God, elkaar en zichzelf. Gave, gemeenschap en verzoening veronderstellen en versterken toewijding en vertrouwen. Omdat het offer gemeenschap met de godheid inhoudt, waarschuwt Paulus voor heidense offermaaltijden; omdat het gemeenschap met elkaar moet zijn, treedt hij op tegen misstanden bij de maaltijd van de Heer waarbij mensen ieder voor zich eten en drinken – wat vloekt met Jezus’ woord ‘dit is mijn lichaam voor jullie’. Door brood en wijn delen in Christus’ offer is delen in zijn offervaardigheid en het eigen bestaan als levend offer stellen.
Auteur
G.M. Landman [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]