Nederlandse vertalingen van de bijbel hebben een lange geschiedenis.
Vermoedelijk bestonden er in de tijd van Karel de Grote al vertalingen van het Onze Vader, de Tien Geboden en psalmgedeelten. Een bekend werk is de Rijmbijbel van Jacob van Maerlant. Van een onbekende auteur verscheen rond 1360 de Eerste historiebijbel. De eerste in Nederland gedrukte bijbel was de Delftse bijbel uit 1477, die gebruik maakte van de vertaling van 1360. Deze uitgave omvatte alleen het Oude Testament zonder de Psalmen. Tot de Reformatie werden vertalingen altijd uit de Vulgata (Vulgaat) gemaakt, maar Luther was de eerste die een bijbelvertaling uit de grondtekst vervaardigd heeft.
De reformatorische bijbelvertalingen die vanaf 1523 in Nederland verschenen, gingen vrijwel alle terug op de vertaling van Luther. De eerste vertaling van het Nieuwe Testament van Luther verscheen in 1523 in Amsterdam en in Antwerpen; de eerste reformatorische bijbelvertaling in Nederland. Er volgden bij verschillende drukkers vele uitgaven. De eerste volledige bijbelvertaling verscheen te Antwerpen in 1526. Het Nieuwe Testament is geheel vertaald uit Luther; voor het Oude Testament werd in de eerste druk gebruikgemaakt van de Vulgata en van andere vertalingen. Van deze bijbel verschenen tot 1542 zes drukken die steeds voor het Oude Testament aangepast werden aan de gedeelten die van Luther waren verschenen, een proces dat in 1535 zijn afsluiting vond.
Van katholieke zijde verscheen in 1548 in Leuven een door Nicolaas van Winghe gemaakte en door de kerkelijke autoriteiten goedgekeurde vertaling. Nadat de definitieve tekstvorm van de Vulgata in 1592 was vastgelegd, werd Van Winghes vertaling daaraan aangepast en in 1599 verscheen de zogenaamde Moerentorfbijbel, genoemd naar de Antwerpse drukker Jan Moerentorf. Deze bijbel zou ruim drie eeuwen lang door rooms-katholieken gebruikt worden, waardoor hij een vergelijkbare plaats heeft ingenomen als de Statenvertaling onder protestanten.
In 1562 verscheen in Emden de eerste gereformeerde bijbelvertaling. Het Oude Testament was vertaald uit de bestaande vertalingen van Luther, het Nieuwe Testament was een geheel nieuwe vertaling uit de grondtekst. Deze bijbel is bekend geworden als de Deux-aesbijbel. In Emden was in 1560 de zogenaamde Biestkensbijbel verschenen, genoemd naar de drukker Nicolaas Biestkens. Deze heeft als basis gediend voor de bijbel die door dopersen en lutheranen eeuwenlang in ons land gebruikt is. De Deux-aesbijbel bleef bij de gereformeerden de meest gebruikte vertaling tot aan het verschijnen van de Statenvertaling in 1637.
Vanaf het eind van de achttiende eeuw werden ook geheel nieuwe vertalingen uitgebracht. In 1822 verscheen een vertaling van de Leidse hoogleraar Van der Palm. Tussen 1899-1912 verscheen de Leidse vertaling, die gemaakt was door moderne theologen. Tussen 1920-1924 kwam de Utrechtse vertaling uit, gemaakt onder leiding van de Utrechtse hoogleraren H.Th. Obbink en A.M. Brouwer, die behoorden tot de ethische richting in de Nederlandse Hervormde Kerk. Pas in 1951, met de komst van de Nieuwe vertaling, was er weer een bijbel die een breed draagvlak kreeg. Ook van rooms-katholieke zijde, waar tot het begin van de twintigste eeuw de Moerentorfbijbel uit 1599 in gebruik was, werden nieuwe vertalingen uitgebracht. Zo verscheen tussen 1894-1911 de Professorenbijbel.
De Canisiusvertaling, verschenen tussen 1906-1939, was de eerste officiële rooms-katholieke vertaling uit de grondteksten. In 1975 werd de Willibrordvertaling (herzien in 1995) uitgebracht. In deze vertaling zijn de resultaten van de moderne bijbelwetenschap en exegese verwerkt. In de jaren vijftig begon men in te zien dat de bijbel steeds minder begrepen werd. Dit bracht het Nederlands Bijbelgenootschap ertoe uitgaven te verzorgen in onder meer ‘hedendaags Nederlands’ en ‘eenvoudig Nederlands’. Ook individuele vertalers lieten zich niet onbetuigd. Vooral vanaf het laatste kwart van de twintigste eeuw, met het toenemend bewustzijn van de eigen identiteit, zijn er diverse vertaalgroepen die (delen van) de bijbel in hun eigen dialect vertalen.
Aan het gescheiden optreden van protestanten en katholieken op het terrein van bijbelvertalen kwam een einde met de verschijning in 1972 van Groot Nieuws voor U, het Nieuwe Testament in omgangstaal. In 1983 volgde de gehele bijbel in omgangstaal, de Groot nieuws bijbel. In 2004 verscheen met De Nieuwe Bijbelvertaling een geheel nieuwe interconfessionele vertaling.
Auteur
A.J. van den Berg [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder Lezen
A.W.G. Jaakke en E.W. Tuinstra (red.), Om een verstaanbare bijbel. Nederlandse bijbelvertalingen na de Statenbijbel (Haarlem-Brussel 1990)
C.C. de Bruin, De Statenbijbel en zijn voorgangers. Nederlandse bijbelvertalingen vanaf de Reformatie tot 1637, bewerkt door F.G.M. Broeyer (Haarlem-Brussel 1993)
A.J. van den Berg, Vertaald verleden. Beknopte geschiedenis van bijbelvertalen in Nederland (Haarlem 2001)