Benadering binnen de theologie die de nadruk legt op de verhalende structuur van de bijbel, de geschiedenis en de hedendaagse religie.
Het gaat daarbij om meer dan de verhaalvorm. Het vertellen van verhalen is een bepaalde manier om greep te krijgen op de werkelijkheid: meer dichterlijk en minder objectief. De narratieve theologie is opgekomen in de tijd dat de geloofstaal problematisch werd omdat de gangbare moderne manier van denken geen ruimte liet voor ‘irrationele’ zaken als religie. Dat leidde enerzijds tot apologetische benaderingen waarin het christelijk geloof in lijn werd gebracht met de moderne rationaliteit (Francis Schaeffer, H.M. Kuitert), anderzijds tot onder meer de narratieve theologie waarin de moderne rationaliteit gepasseerd wordt.
In de exegese blijft de narratieve theologie dicht bij de verhaalvorm van de teksten. In de dogmatiek wordt aandacht gegeven aan de menselijke verhalende activiteit in het spreken over God. In de praktische theologie wordt onderzocht hoe menselijke levensverhalen raken aan de verhalen over God. Parallelle bewegingen zijn aan te treffen in de literatuurwetenschappen, de psychologie en de filosofie, maar ook in bijvoorbeeld economie en rechten. Daarmee is de narratieve benadering een paradigma geworden dat goed lijkt te passen in het postmodernisme. De narratieve theologie wordt vaak verweten dat zij te weinig oog heeft voor de historische feitelijkheid van de bijbelverhalen en voor de objectiviteit van de waarheid. Daartegenover wordt door narratieve theologen gesteld dat het vooral gaat om de werking van de verhalen door de tijden heen en om de betekenis van de verhalen voor de hoorder.
Auteur
R. Ruard Ganzevoort [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. van Heijst (red.), Het verhaal van God. Essays over narratieve theologie (Baarn 1997)
R.R. Ganzevoort (red.), De praxis als verhaal. Narrativiteit en praktische theologie (Kampen 1998)
G. Manenschijn, God is zo groot dat Hij niet hoeft te bestaan (Baarn 2001)