Stroming in de katholieke kerk in de negentiende en begin twintigste eeuw, die de dogmatische geloofsformuleringen relativeerde, met name door ze in een historische context te plaatsen.
Men legde sterk de nadruk op het geloof als ervaring, maar door uit te gaan van een subjectieve, pragmatische, anti-intellectualistische wijsbegeerte en rationalistische kritiek, ontdeed men het christendom in feite van zijn bovennatuurlijke karakter. De aanhangers van het modernisme bestreden de goddelijke inspiratie en het bovennatuurlijke karakter van de schrift, en uiteindelijk ook haar historische betrouwbaarheid. God kan niet door menselijk verstand bewezen worden; daarmee kan Hij ook geen object van wetenschap zijn (agnosticisme).
Een ander begrip van het modernisme is de vitale immanentie: als godsdienstig geloven niet meer kan steunen op gezag, moet het zijn laatste grond vinden in het innerlijke leven, het gemoeds- en wilsleven van de mens. Al kunnen God en geloof niet uit het menselijk verstand voortkomen, het verstand houdt er zich wel mee bezig: dogma’s zijn formules en symbolen, die voortdurend in ontwikkeling zijn en geen absolute waarde hebben. Alle godsdiensten zijn waar, omdat zij de religieuze gevoelens van de mens uitdrukken. Geloof en wetenschap staan los van elkaar, maar de wetenschap verklaart wel de woorden, waarin het geloof wordt uitgedrukt. Zo kan men komen tot het niet-authentiek verklaren van de meeste bijbelboeken.
Enkele vertegenwoordigers van het modernisme waren: in Frankrijk Alfred Loisy (1857-1940); in Engeland George Tyrrell S.J. (1861-1909); In Italië Romolo Murri (1870-1944). Onder paus Leo XIII kwam het nog niet tot een totale veroordeling, wel onder diens opvolger Pius X (1905-1914). In de encycliek Pascendi domini gregis van 8 september 1807 veroordeelde de paus de verschillende modernistische opvattingen. Enkele jaren later (1910) werd aan alle hoogleraren theologie en alle aanstaande priesters voor hun wijding de antimodernisten-eed opgelegd. De meeste aanhangers van het modernisme kwamen vroeger of later buiten de kerk te staan. Als reactie op het modernisme kan het integralisme worden genoemd.
Auteur
J. Peijnenburg [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H. Jedin, Handbuch der Kirchengeschichte, Band VI, (Freiburg/Basel/Wien 1973)
T.M. Loome, Liberal Catholicism, Reform Catholicism and Modernism (Mainz 1979)
L.R. Kurtz, The Politics of Heresy. The Modernist Crisis in Roman Catholicism (Berkeley/Los Angeles/Londen 1986)