Hebreeuws voor ‘gezalfd(e)’; het verwijst naar een praktijk waarin iemand met een belangrijke functie bij zijn benoeming of aanstelling met olie werd overgoten.
In het oude Israël werden op deze manier priesters, profeten, en koningen gezalfd. Met de woordgroep ‘de gezalfde van JHWH’ kon een spreker verwijzen naar de op dat moment heersende koning. Eeuwen later, in de periode tussen het Oude en Nieuwe Testament, werd ‘de gezalfde’ een standaardterm voor de toekomstige ideale koning, die vanaf de achtste eeuw v.Chr. onder invloed van profeten als Jesaja in het nationale geheugen van Israël was opgenomen.
Joden gebruiken het woord messias nog altijd in deze zin van toekomstige koning, terwijl voor christenen Jezus de gekomen messias (Grieks: Christos) is die aan het eind van de geschiedenis zal terugkomen in koninklijke glorie. In meer algemene zin wordt messias gebruikt voor een bevlogen revolutionair leider.
Auteur
W.H. Rose [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A.S. van der Woude, ‘De oorsprong van Israëls messiaanse verwachtingen’, in: Profeet en Establishment. Een verklaring van het boek Micha (Kampen 1985)
A.G. Knevel en M.J. Paul (red.), Verkenningen in de oudtestamentische messiasverwachting (Kampen en Hilversum 1995)