Tweevoudig gebod van Jezus: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf ' (Mat. 22:37-39). Alle elementen van dit zogenaamde dubbelgebod zijn al in het Oude Testament te vinden.
Het liefhebben van God is niet allereerst een emotionele aangelegenheid, maar het gevolg van een keuze voor Hem die de enige God is en daarom met heel onze persoon bemind moet worden (Deut. 6:4-5). Dit betekent niet dat het emotionele element kan ontbreken. Liefde voor God manifesteert zich in het brengen van dank aan Hem en in het prijzen van zijn naam. Het emotionele verschil tussen de liefde voor de heilige God en de liefde van kinderen voor hun ouders (en omgekeerd) of van vrienden onderling, moet er niet toe leiden het emotionele karakter in de liefde voor God te ontkennen. De naaste is in het Oude Testament nog de eigen volksgenoot, terwijl het begrip naaste in het Nieuwe Testament wordt toegepast op ieder die wij op onze weg ontmoeten, inclusief de vijand (Mat. 5:44). Ook hier is liefde een gebod en niet een emotionele vanzelfsprekendheid, wat vooral blijkt uit de liefde tot de vijand.
Er is verschil in gewicht tussen de beide geboden. Men moet God liefhebben boven de naaste. Zo heeft Jezus tegen zijn volgelingen gezegd, dat wie meer van zijn ouders of kinderen houdt dan van Hem, Hem niet waard is (Mat. 10:37). Toch wordt het tweede gebod ‘gelijk aan’ het eerste genoemd, omdat het van even centrale betekenis geacht moet worden als de liefde tot God. Liefde tot God is onbestaanbaar als men tegelijk zijn hart toesluit voor de naaste (1 Joh. 3:17; 4:20v).
Auteur
J. Douma [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]