Term voor een valsaard, een treiteraar of een verrader. Deze typering is ontleend aan de naam van Judas, een leerling van Jezus.
Ter onderscheiding van naamgenoten werd hij Iskariot genoemd, wat waarschijnlijk betekent: man uit Kariot. Als penningmeester van de twaalf apostelen beheerde Judas de gezamenlijke kas, terwijl hij gedreven werd door geldzucht. Jezus wist dat Judas hem zou uitleveren (Joh. 12:4-6). Volgens Matteüs 26-27 heeft Judas met een kus zijn meester prijsgegeven, tegen een afgesproken tarief van dertig zilverstukken. Later kreeg hij berouw en wilde hij zijn daad ongedaan maken door het verradersloon terug te storten. Toen dit geweigerd werd, pleegde hij zelfmoord. Met zijn geld financierde het joodse Sanhedrin, het hoogste bestuurs- en rechtscollege, een begraafplaats voor vreemdelingen in Jeruzalem: de Bloedakker. De openstaande plaats binnen de apostelkring werd na Jezus’ hemelvaart opgevuld door aanwijzing van Mattias (Hand. 1:12-26).
Auteur
P.H.R. van Houwelingen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
B. Aalbers, Judas, een van de twaalf (z.p. 2001)