Religie van het joodse volk. Hierin onderscheidt het zich van bijvoorbeeld het christendom en de islam, die niet met een bepaald volk verbonden zijn.
De bijbel spreekt in duidelijke taal over de unieke band tussen God en zijn volk. God riep Abraham om hem te dienen in het land dat Hij hem zou geven (Gen. 12). Uit Abraham is het volk Israël voortgekomen, het volk dat wij tegenwoordig joden noemen. God heeft Israël uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn geliefde volk te zijn (Deut. 7:6). Dat is een voorrecht, maar het brengt ook een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Door goed te leven moet het volk tonen Gods liefde waardig te zijn (Lev. 20:26). De grondslag van het jodendom ligt in het heilige boek dat in het christendom bekend is als het Oude Testament. Joden zelf spreken van tenach, wat een afkorting is van de Hebreeuwse woorden voor thora, profeten en geschriften. Daarnaast kent het jodendom een uitgebreide leer die is gebaseerd op mondelinge overlevering. Volgens de joodse traditie heeft Mozes op de Sinaï behalve de schriftelijke geboden ook mondelinge instructies gekregen. Die mondelinge leer mocht oorspronkelijk niet worden opgeschreven. Op een gegeven moment is dat toch gebeurd, omdat men bang was dat de traditie in vergetelheid zou raken. In de loop der eeuwen is deze mondelinge traditie vastgelegd in grote religieuze geschriften waarvan de zogenaamde Babylonische talmoed de omvangrijkste en meest gezaghebbende is.
Het jodendom is een monotheïstische religie. Dat wil zeggen dat de joden geloven in één God die de wereld geschapen heeft en haar regeert. Deze God is almachtig, alwetend en alomtegenwoordig, rechtvaardig en barmhartig. Het jodendom is ook een ethische religie, waarin wordt gestreefd naar een rechtvaardige wereld voor alle mensen. De leefregels die in tenach en de mondelinge traditie zijn gegeven, dienen er vooral toe om dat te bewerkstelligen. De belangrijkste basis daarvoor zijn de tien geboden (Ex. 20:1-17). Verder gelooft men dat ieder mens is geschapen naar Gods beeld en dat daarom alle mensen gelijkwaardig zijn. De mens heeft een vrije wil en is verantwoordelijk voor zijn keuzes. Het land Israël is een onlosmakelijk onderdeel van het verbond dat God met Israël gesloten heeft (Gen. 12:7). Joden geloven in de komst van een messias die de wereld zal komen verlossen. Ze geloven echter niet dat Jezus de beloofde messias was.
In de twaalfde eeuw bracht de grote joodse denker Maimonides de kern van het jodendom onder woorden in een geloofsbelijdenis van dertien punten.
1. Ik geloof in volmaakt geloof dat God de Schepper en Bestuurder is van alle schepselen en dat Hij alleen al het geschapene gemaakt heeft, maakt en zal maken;
2. dat Hij één is;
3. dat Hij geen gestalte heeft en met niets anders kan worden gelijkgesteld;
4. dat Hij eeuwig is;
5. dat Hij alleen aanbeden moet worden;
6. dat Hij zich geopenbaard heeft aan de profeten;
7. dat de profetie van Mozes verheven is boven alle openbaringen;
8. dat Hij de Tora gaf door Mozes;
9. dat Hij de Tora niet zal veranderen of herroepen;
10. dat Hij onze daden gadeslaat en beweegredenen waarneemt;
11. dat de mens gestraft of beloond wordt naar zijn daden;
12. dat de Messias komt;
13. dat een lichamelijke opstanding uit de doden zal plaatsvinden.
Het jodendom kent vier hoofdstromingen met daarbinnen weer tal van onderverdelingen. De hoofdstromingen zijn het liberale jodendom, het conservatieve jodendom, de orthodoxie en de ultra-othodoxie. Het liberale jodendom kiest voor een grote mate van culturele assimilatie. Er is weinig plaats voor traditie, de rede staat centraal. Het conservatieve jodendom gaat daarin minder ver. Wat betreft geloofszaken kiezen ook zij voor de rede, maar ze houden bepaalde gewoonten en tradities in ere. Het orthodoxe jodendom houdt zoveel mogelijk vast aan zowel de overgeleverde geloofsleer als de tradities. De ultra-orthodoxen, duidelijk herkenbaar aan hun kleding, haar- en baarddracht, zijn zeer streng in de leer. Zij leven in hechte gesloten gemeenschappen om hun identiteit te behoeden voor vreemde invloeden. Politiek gezien zijn ze anti-zionistisch. Een belangrijke substroom binnen de ultra-orthodoxie is het chassidisme, waarin naast de leer ook spiritualiteit een belangrijke plaats heeft. Behalve deze religieuze vormen van jodendom bestaat er ook nog een seculier jodendom. In de loop van de geschiedenis is er een joodse cultuur ontstaan die los staat van de religie. Daardoor is het mogelijk dat grote groepen joden zichzelf identificeren met het jodendom, hoewel ze geen enkele band (meer) hebben met het joodse geloof.
De geschiedenis van de joden in Nederland begon in de zestiende eeuw, toen de vervolgde en verbannen joden uit Portugal en Spanje hier hun toevlucht zochten. Aangezien er onder hen veel goede handelslieden waren, werden ze relatief gastvrij ontvangen. Met het groeien van hun aantallen begonnen ze zich te organiseren in religieuze gemeenschappen met eigen synagogen. Aangetrokken door het liberale klimaat kwamen vervolgens ook Poolse en Duitse joden naar Nederland. In 1796 kregen de joden in Nederland officieel volledige burgerstatus met alle rechten en plichten van dien. Hierdoor konden ze eigen scholen en instellingen oprichten en groeiden ze uit tot een zelfstandige zuil in de Nederlandse samenleving.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog kwam er aan de relatief voorspoedige geschiedenis van de joden in Nederland een wreed einde. Van de ongeveer 140.000 joden die op dat moment in Nederland leefden, werden er 107.000 gedeporteerd. Daarvan keerden er slechts 5.200 terug. Een klein deel van de joodse gemeenschap wist door onderduik of vlucht aan de deportatie te ontkomen.
Deze historische ramp, die niet alleen de joden in Nederland maar in vrijwel heel Europa trof, bracht de oprichting van de staat Israël in een stroomversnelling. Op 29 november 1947 besloten de Verenigde Naties tot de oprichting van een joodse staat in Palestina. Dit besluit leidde op 14 mei 1948 tot de onafhankelijkheid van de staat Israël. De staat Israël is nu voor bijna alle joden ter wereld een onderdeel van de eigen identiteit geworden. Voor nietreligieuze joden is de staat Israël een erkenning van hun rechten als volk en een veilige vluchthaven voor tijden van vervolging. Voor gelovige joden is het daarnaast een vervulling van Gods eeuwenoude belofte (Jer. 30:3).
Auteur
Alberdina Houtman [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.C.H. Blom e.a., Geschiedenis van de Joden in Nederland (Amsterdam 1995)
A. van der Heide, Het jodendom (Kampen 2003 2e druk)