Broer van Jezus.
Aanvankelijk vond Jezus geen geloof bij zijn broers (Joh. 7:5), maar later speelden zij naast de apostelen een actieve rol in de verkondiging van het evangelie. Was ‘de opgestane’ daarom speciaal aan Jakobus verschenen (1 Kor. 15:7)? Na de vlucht van Petrus trad Jakobus op als leider van de christelijke gemeente te Jeruzalem, samen met een college van oudsten (Hand. 12:17; 21:18; Gal. 1:19). Als zodanig had hij een beslissende inbreng in de besluitvorming van het apostelconvent.
Zijn levenswijze dwong zoveel respect af, dat men Jakobus ‘de rechtvaardige’ noemde. Desondanks werd hij tijdens het kortstondige hogepriesterschap van Annas jr. (62 na Chr.) bij een tempelbezoek ter dood gebracht, nadat hij vanwege zijn publieke getuigenis over Jezus de Messias beschuldigd was van volksmisleiding (Josefus, Joodse Oudheden 20, 197-203; Eusebius, Kerkgeschiedenis II 23, 3-24).
Het Nieuwe Testament bevat een brief waarin Jakobus zich presenteert als dienaar van Jezus Christus; zijn jongere broer Judas zou dit voorbeeld volgen.
Auteur
P.H.R. van Houwelingen [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H. Mulder, Jakobus en de oudsten in de boeken van Lucas (Amsterdam 1972)