Persoonsnaam van de God van Israël, geschreven als JHWH, hoogstwaarschijnlijk uitgesproken als ‘Jahwè’.
De naam kan geïnterpreteerd worden als een archaïsche werkwoordsvorm: ‘Hij is’ of ‘Hij zal er zijn’. Hiervoor pleit de tekst in Exodus 3:14, waar God zichzelf aanduidt als ‘Ik ben, die ik ben’. De naam Jahwe verwijst naar de trouw van God: Hij blijft wie Hij is en doet wat Hij zegt. De bekendste historisch-kritische theorie met betrekking tot de herkomst van de naam is de Genieten- (of: Kenieter)- hypothese. Volgens deze theorie heeft Mozes de dienst van Jahwe overgenomen, toen hij bij zijn Genitische schoonfamilie in Midjan verbleef (dertiende eeuw v. Chr.). Volgens Genesis 4:26 is het cultische gebruik van de naam Jahwe al veel ouder. Anderzijds stelt Exodus 6:2(3), dat deze naam aan de aartsvaders nog niet bekend was. Misschien wordt daar niet gedoeld op de vorm, maar op de volle betekenis van de naam.
Zie ook: tetragrammaton.
Auteur
G. Kwakkel [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Kees Waaijman, De betekenis van de naam Jahwe (Kampen 1984)