Theologisch begrip dat in het Nieuwe Testament toegepast wordt op de door God gegeven openbaring.
Daarmee deelt het de overtuiging van het hellenistische jodendom, dat de bijbelschrijvers vervuld zijn door de geest van God. Het begrip inspiratie is sterk verbonden met de ontwikkeling van de schriftleer. Bij de reformatoren is inspiratie nog geen zelfstandig theologisch leerstuk. Dat ontwikkelt zich pas in de protestantse orthodoxie, wanneer in reformatorische kring tegenover de beslissingen van het concilie van Trente de betekenis van de bijbel als woord van God wordt gethematiseerd. Langzamerhand verschuift de aandacht van God als degene die in deze geschriften met de mens communiceert naar de bijbel als gefixeerde tekst. Inspiratie betekende dan dat ook de punten, letters en komma’s door de geest zijn gewild. Men spreekt dan van een woordelijke inspiratieleer. Deze inspiratieleer is kern van de protestantsorthodoxe schriftleer en dient ertoe het gebouw van de theologie een absoluut en zeker fundament te verschaffen.
Tegenover de mechanische opvatting van inspiratie, waarbij de bijbelschrijvers als het ware onpersoonlijke werktuigen zijn van de Heilige Geest, ontwikkelde zich in het piëtisme de opvatting dat inspiratie een eigenschap is van het door de geest gedreven individu. In de loop van de negentiende eeuw werd het schriftprincipe van het protestantisme ondergraven en vervangen door een nadruk op het gelovige bewustzijn. In het neocalvinisme (A. Kuyper en H. Bavinck) kwam men tot een herziening van het schriftprincipe door de inspiratie als organische inspiratie op te vatten: de bijbelschrijvers zijn niet als willoze werktuigen gebruikt, maar met inschakeling van al hun persoonlijke mogelijkheden en omstandigheden.
De discussie over de inspiratieleer lijkt intussen geluwd. De status van de bijbel als betrouwbaar woord van God blijkt niet deductief op te lossen. Meer en meer verschuift de aandacht naar de kerk als levende gemeenschap, in wier midden de Schrift wordt gelezen. Schrift, kerk en geest behoren bij elkaar. In het horen naar het woord blijft de gemeente afhankelijk van het werk van de geest.
Auteur
C. van der Kooi [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H. Gabe, ’Inspiration’, in: Lexikon für Theologie und Kirche 3e druk, 5, 533-541
W. Brändle, ‘Inspiration’, in: Religion in Geschichte und Gegenwart 4e druk, 4, 168-175