Dodenrijk, doorgaans gesitueerd in de onderwereld. Het woord hel is ontleend aan de Germaanse mythologie.
Hel was de heerseres van het gelijknamige dodenrijk dat een onverkwikkelijk schimmenrijk was, maar niet een plaats waar men voor zijn zonden werd gestraft. Die betekenis kreeg het pas in het christendom. In het Nieuwe Testament wordt de hel gezien als een eeuwige strafplaats, als een onuitblusbaar, eeuwig vuur, gekenmerkt door duisternis, geween en tandengeknars. De hel is bestemd voor duivels en voor hen die Gods heil hebben afgewezen, in tegenstelling tot de hemel of het paradijs dat ten deel valt aan de rechtvaardigen. Een klassieke beschrijving van de onderwereld vinden we in het eerste deel van de Divina commedia (inferno) van Dante. Daarnaast is de hel een belangrijk thema in de schilderkunst (Jeroen Bosch) en in de huidige heavy metal-muziek.
Auteur
Vefie Poels [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Guido Derksen en Martin van Mousch, Handboek voor het hiernamaals. Reizen naar hemel en hel (Amsterdam 2004)
Monique Blanc, Voyages en enfer: de l’art paléochretién à nos jours (Parijs 2004)