Joodse feestdag, Jom Kippoer.
Na een periode van inkeer, die begint op het joods nieuwjaar, wordt God op grote verzoendag gevraagd om vergeving van zonden. Het feest heeft een bijbelse oorsprong (Leviticus 16 en 23); maar waar in bijbelse tijden het verzoeningritueel gepaard ging met offers, wordt na de verwoesting van de tempel de verzoening bewerkstelligd door bidden en vasten. Grote verzoendag wordt gevierd op de tiende dag van de maand Tisjri.
De dienst in de synagoge begint op de vooravond met het Kol Nidrei, een zeer oude tekst over de gebrekkigheid van menselijke geloften. De volgende dag worden in de synagoge gebeden, gedichten en teksten gesproken die allemaal met zondebelijdenis en verzoening te maken hebben. Aan het eind van de dag wordt ter afsluiting in de synagoge nog één keer op de sjofar (ramshoorn) geblazen. Aansluitend wordt thuis het vasten gebroken met een feestelijke maaltijd.
Auteur
Alberdina Houtman [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
L. Evers, Jodendom voor beginners (Amsterdam 2003 4e druk)