Bewijzen door middel van rationele argumentatie dat God bestaat.
Hoewel hun apologetische waarde door de eeuwen heen niet altijd even groot is geweest (vooral sinds de Verlichting staan zij sterk ter discussie), hebben de godsbewijzen voor gelovigen dikwijls gefunctioneerd als een ondersteuning van hun geloof. De meest bekende godsbewijzen zijn kosmologisch, teleologisch en ontologisch. Het kosmologisch godsbewijs (Thomas van Aquino) gaat uit van het bestaan van de wereld. Aan alles wat bestaat ligt een oorzaak ten grondslag. Aan deze oorzaak kan een andere oorzaak ten grondslag liggen; zo ontstaat een keten van oorzaken. Deze keten gaat uiteindelijk terug op een eerste oorzaak. Deze eerste oorzaak wordt God genoemd.
Het teleologisch godsbewijs (Thomas van Aquino) gaat uit van het doelmatig karakter van de werkelijkheid. Alles is gericht op een bepaald doel en streeft daarnaar. Hieraan ligt een denkende oorzaak ten grondslag. Deze denkende oorzaak wordt God genoemd. Het ontologisch godsbewijs (Anselmus) stelt dat God het wezen is waarboven niets hogers of volmaakters gedacht zou kunnen worden. Op grond van deze gedachte moet God bestaan, omdat niet bestaan of slechts in de menselijke gedachten bestaan, minder volmaakt is dan werkelijk bestaan.
De Duitse filosoof Immanuel Kant heeft fundamentele kritiek op al deze godsbewijzen uitgeoefend. De kritiek komt in feite telkens op hetzelfde neer: uit het denken of gedacht worden van God, wordt telkens geconcludeerd tot het bestaan van God. Deze gedachtesprong is volgens Kant ongeoorloofd. In Kants filosofie functioneert God als postulaat voor de zedelijkheid. Door sommige interpretatoren van Kants denken wordt daarom gesproken over het morele of zedelijke godsbewijs van Kant.
Auteur
Dirk van Keulen [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
N. Samuelson, J. Clayton, ‘Gottesbeweise’, in: Theologische Realenzyklopädie, Band XIII (Berlin/New York 1984), 708-784
P. Heim, M. Mühling-Schlapkohl, U. Rudolph, ‘Gottesbeweise’, in: Die Religion in Geschichte und Gegenwart 4e druk, Band IV (Tübingen 2000)