Algemene genade. ‘Gemeene gratie’ is een theologisch leerstuk dat door A. Kuyper werd ontwikkeld als onderdeel van zijn cultuurtheologie.
Naast de genade waarmee God het geloof in de mens wekt en waardoor de gemeenschap met Christus wordt gesticht (genadeverbond, particuliere genade), tekent Kuyper een bredere cirkel, namelijk het verbond dat God na de zondvloed sloot met Noach. In dit verbond komt Gods algemene genade tot uitdrukking, door Kuyper bestempeld als ‘gemeene gratie’. Wereld en mensheid zijn ondanks alle zondigheid nog steeds in Gods hand. Ook in wereld en cultuur ontsluit God mogelijkheden die tot zijn heerlijkheid dienen. In de gemene gratie school voor Kuyper de verklaring dat er buiten de kerk ‘onder de heidenen, midden in de wereld’ nog altijd zoveel schoons en goeds valt te beleven. Daarom kon Kuyper dan ook de ervaring beamen dat ‘de wereld mee- en de kerk tegenvalt’. Deze openheid voor wat men om zich heen ervaart is kenmerkend voor Kuypers theologie. Hij wilde met zijn theologie het calvinisme in vruchtbare verbinding brengen met de moderne cultuur. Hij sloot hier aan bij wat in de theologiegeschiedenis ‘het licht der natuur’, of ook wel de ‘algemene openbaring’ is genoemd.
De leer van de gemene gratie is sterk bekritiseerd. In eigen kring vond Kuypers opvatting een fervent bestrijder in K. Schilder. Schilder wilde in zijn visie op cultuur niet uitgaan van de val, maar van de schepping. Al vóór de zondeval werd de mens opgedragen in alles Gods eer te zoeken en gaf God hem het mandaat de aarde te bewerken en te bewaren. Het is in Schilders ogen oneigenlijk het woord genade in verband te brengen met de schepping en de voortgang van de geschiedenis. Genade veronderstelt een gunstige gezindheid van God en deze geldt mensen en geen dingen. In de huidige gereformeerde theologie vindt de theorie van een gemene gratie weinig aanhang. Naar haar bedoeling openheid te kweken voor Gods werk in de voortgang van de geschiedenis, is ze erg gewaardeerd; de theologische constructie is echter te speculatief.
Auteur
C. van der Kooi [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. Kuyper, De gemeene gratie, 3 dln (Leiden/Amsterdam 1902-1904)
M.E. Brinkman en C. van der Kooi, Het calvinisme van Kuyper en Bavinck (Zoetermeer 1997)