Van het Griekse ex (uit) en horkos (eed): uitdrijving door bezwering, en wel van boze geestelijke machten (in de bijbel: demonen).
De uitdrijving gebeurt door middel van bepaalde, per religie verschillende handelingen en formules, waarbij de machten vaak direct worden aangesproken (‘bezworen’). Traditioneel maakt men onderscheid tussen circumsessio, omsingeling – de boze machten ‘belegeren’ en benauwen de persoon; obsessio, gebondenheid – de machten zijn de persoon binnengedrongen, maar diens hart is nog vrij; en possessio, bezetenheid – de machten hebben zelfs het hart van de persoon bezet. In het Nieuwe Testament wordt exorcisme veelvuldig beoefend door Jezus en de apostelen. Vandaag wordt het nog toegepast in de Rooms-Katholieke Kerk (vroeger vooral bij de doopleerlingen) en door evangelische christenen (vooral pinkster- en charismatische bewegingen), met name door handoplegging en het gebieden van de demonen in de naam van Jezus.
Auteur
W.J. Ouweneel [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]