Toestand van godsvervreemding die de mens door zijn geboorte eigen is, als gevolg van de zondeval.
De leer van de erfzonde behoort tot de meest bekritiseerde leerstukken van de christelijke leer. Positief kan ze beschouwd worden als een poging de overmacht van de zonde tot uitdrukking te brengen. De thematisering van de erfzonde vond plaats in de augustiniaanse traditie en heeft wortel geschoten in de theologie van het Westen. In de dogmatische reflectie op het zondebegrip worden twee kanten onderscheiden: een ‘boven’- en ‘benedenpersoonlijke’. In bovenpersoonlijke zin maken mensen deel uit van verbanden, systemen en machtsvelden waaraan men zich niet of nauwelijks kan onttrekken. In benedenpersoonlijke zin heeft ieder mens te maken met natuurlijke en psychische noden, die hem kwetsbaar maken en ontvankelijk voor egocentrische zelfverwerkelijking.
Auteur
C. van der Kooi [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G.C. Berkouwer, De zonde II (Kampen 1960)
H. Berkhof, Christelijk geloof (Nijkerk 1993 7e druk)