Leer die een antwoord wil geven op de vraag wie God is. Drie-eenheid verwijst naar het Nieuwe Testament waarin God ter sprake wordt gebracht als vader, zoon en geest.
Het dogma is daarom niet de inhoud van het geloof; het biedt een reflectie op het geloof dat de ene God zich te kennen geeft als de gemeenschap van vader, zoon en geest. Tussen dit geloof en de theologische formulering die dit geloof wil rechtdoen, ligt het debat van de vroege kerk.
Op twee opeenvolgende concilies kwam het leerstuk van de drie-eenheid tot stand. In 325 werd op het concilie van Nicea een eerste stap gezet doordat de godheid van Jezus Christus als de eeuwige zoon werd uitgesproken. Op het concilie van Constantinopel in 381 werd een tweede en laatste stap gezet doordat nu ook de godheid van de geest werd beleden. Daar zit de volgende gedachte achter: Alleen als de zoon en de geest werkelijk goddelijk zijn, kunnen mensen door de zoon en in de geest gemeenschap met God de vader krijgen. Zodoende is dit leerstuk de poging van de kerk om het zogenaamde geheimenis van God vast te houden, zoals zich dat in Jezus Christus en door het werk van de geest heeft ontsloten. Het leerstuk verwijst naar de levende God als heilvolle God en is uiteindelijk een lofprijzing op deze God.
Doorslaggevend voor de vraag naar de rechtmatigheid van het dogma van de drie-eenheid zijn de inhouden en verbanden die in het Nieuwe Testament zelf tussen God, Jezus en de geest worden gelegd. De drie-eenheid licht op in de openbaring. Allereerst is te wijzen op de nauwe eenheid tussen Jezus en God. Jezus identificeerde zijn optreden met de doorbraak van het koninkrijk Gods en hij heeft volgens Marcus 14:62 voor zijn rechters zijn messiasschap niet ontkend. Hij noemde God zijn vader en in zijn omgang met God bleek die metafoor meer dan enkel een wijze van zeggen (Mat. 11:25-27). Omgekeerd is sprake van diepe gemeenschap tussen God de vader en Jezus Christus als de zoon.
De opwekking van Jezus uit de doden geldt in het Nieuwe Testament als de bevestiging van Jezus als de definitieve gezant van God (Rom. 1:3). Hij is de gezalfde, de Christus. Door zijn verhoging zit Jezus als opgestane Heer aan de rechterhand van God de vader (Hand. 2:32-36). Het gebruik van dit beeld uit Psalm 110 dient ertoe om aan te geven dat de opgestane Heer deel heeft aan de goddelijke regering. God de vader erkent Jezus als zijn zoon. De relatie met de zoon is wezenlijk voor hem. God bestaat niet buiten de zoon. Deze relatie is niet pas in de tijd ontstaan; God de vader was nooit zonder de zoon. Daarmee is de eeuwigheid en pre-existentie van de zoon beleden, en deelt Christus in de aanbidding. Uit de oudste liturgische formuleringen blijkt, dat de aanbidding zich niet alleen richt op de vader, maar ook op de zoon, die immers bestaat in gemeenschap met de vader.
De geest heeft in het Nieuwe Testament deel aan de gemeenschap tussen vader en zoon en doet de mensen participeren in de nabijheid van God. Ook van de geest werd in Constantinopel uitgesproken dat hij met de vader en de zoon wordt aanbeden en verheerlijkt. Het begrip ontstond dat vader, zoon en geest een wezen zijn en tegelijkertijd bestaan in drie personen. In God is meervoud, namelijk de gemeenschap van vader, zoon en geest. De gelovige nadert tot de vader door de zoon in de heilige geest. Met die formulering wordt verwezen naar wie God is, wie hij voor de mens is en hoe hij zich aan de mens te kennen geeft.
Eigen aan de enige God is dat hij van binnenuit de relatie kent, de liefde en wederzijdse verbondenheid. Deze noties geven aan de enigheid van God zijn specifieke inhoud. De eenheid van God, die in lijn met het Oude Testament wordt beleden, betreft zijn eigenheid en bijzonderheid als de levende. God is de levende, die als vader, zoon en geest uit is op gemeenschap met de mens. De eenheid gaat niet zonder de drieheid, de drieheid niet zonder de eenheid. De theologie van het Westen neigt ernaar de eenheid in God voorop te stellen en daarmee het belang van de drieheid te minimaliseren of zelfs geheel te ontkennen (zie: unitariërs); in de theologie van het Oosten krijgt de drieheid het zwaarste accent. Terwijl het leerstuk van de drie-eenheid in het protestantisme gedurende lange tijd sterk is gemarginaliseerd, is er een tendens naar een positieve herwaardering waarneembaar. Drie-eenheid blijkt een werkbaar concept om de betekenis van het kruis voor God te doordenken. Daarnaast is de vruchtbaarheid van de oosters-orthodoxe theologie herontdekt.
Auteur
C. van der Kooi [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
E.P. Meijering, Inspiratie uit de traditie (Kampen 1996)
E.P. Meijering, God, Christus, Heilige Geest. Achtergrond en bedoeling van de drieëenheid (Hilversum 2002)
C.E. Gunton, Father, Son and Holy Spirit (Edinburgh 2003)