Theologie die zich na de Eerste Wereldoorlog in kritische zin onderscheidde van de voorafgaande liberale theologie van F. Schleiermacher en A. Ritschl.
De bekendste vertegenwoordigers zijn K. Barth, E. Brunner, R. Bultmann, F. Gogarten, E. Thurneysen, en P. Tillich. De liberale theologie probeerde een synthese te bewerkstelligen tussen moderne cultuur en christelijk geloof, waarbij de theologie het christelijke geloof grond probeerde te verschaffen door middel van psychologisch en historisch onderzoek. De dialectische theologie brak met deze gedachte van een harmonieuze samenhang. De vorming van een gezamenlijk programma dat leiding moest geven aan de koers van de christelijke theologie in de moderniteit, mislukte echter. De opheffing van het tijdschrift Zwischen den Zeiten dat van 1922 tot 1933 fungeerde als spreekbuis van de dialectische theologie, markeert de onderlinge onenigheid over de relatie met de postchristelijke cultuur.
De dominante theologie van de negentiende eeuw ging uit van de opvatting dat de verhouding van God tot de wereld een immanente is (zie immanentie). God is aanwezig en werkzaam in de voortgang van de geschiedenis, in zedelijke ontwikkeling of in de gelovige ervaring. De dialectische theologen breken met zowel het culturele vooruitgangsgeloof als het theologische immanentisme. Christelijk geloof, of beter: de God van de bijbel, sluit niet vanzelfsprekend aan op de moderniteit. Zij beklemtonen de transcendentie en breken met de overtuiging dat de Europese beschavingsgeschiedenis eigenlijk de vormgeving is van de nieuwtestamentische verwachting van het koninkrijk van God.
De dialectische theologie luidt zo een fase in de westerse theologie in, waarin de situatie van een afnemend godsbesef theologisch wordt verwerkt. In een cultuur waar het woord van God in mindere mate verstaanbaar wordt, interpreteert men de openbaring als dat wat de gang der ervaringen en belevenissen onderbreekt en kwalificeert. Genade en heil zijn nergens vanzelfsprekend of aanwijsbaar. Waar God komt, wordt Hij nooit een artikel waar de mens over beschikken kan. In zijn betrekking tot de mens blijft God geheel vrij en soeverein. De mens staat blijvend in de positie van ontvanger.
Auteur
C. van der Kooi [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Chr. Gestrich, Neuzeitliches Denken und die Spaltung der dialektischen Theologie (Tübingen 1977)
C. van der Kooi, De denkweg van de jonge Karl Barth (Amsterdam 1985)
Karl Barth, God is God Voordrachten 1930-1936 (Kampen 2004)