Charisma’s of genadegaven, zijn bijzondere gaven, door God om niet gegeven, die de christen uitrusten om zijn geloof daadwerkelijk te beleven, tot opbouw van de gemeenschap der gelovigen, de kerk.
De meest uitvoerige opsommingen van de charismata in de bijbel staan in 1 Korintiërs 12: 8-10 en 28: woord van wijsheid, woord van kennis, het geloof (‘dat bergen verzet’), gaven om ziekten te genezen, om wonderen te doen, de gave van profetie, de onderscheiding der geesten, velerlei taal of de vertolking ervan, apostelen, profeten, leraren, bekwaamheid om te helpen en te besturen. Andere genadegaven worden genoemd in Efeziërs 4: 11-16: ‘Hij is het ook die sommigen gegeven heeft als apostelen, anderen als profeten, anderen als evangelisten, weer anderen als herders en leraars’ en Romeinen 12: 6-8, waar ook vermeld worden: bemoedigen, uitdelen, barmhartigheid bewijzen en leiding geven. De eerste gave Gods is de Heilige Geest zelf (Rom. 5:5). Christus deelt de volheid van de geestesgaven aan de gelovigen mee (Joh. 1:16).
Auteur
J. van der Veken [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]