Speciale vergadering van de apostelen (met Petrus als woordvoerder) en de oudsten (met Jakobus als woordvoerder), omstreeks 48 na Chr. gehouden in Jeruzalem.
Aanleiding hiertoe was een vraag die zich voordeed onder Messiasbelijdende joden. Nadat de eerste niet-joden zich bekeerd hadden tot het christendom, vroegen de joden zich af of men de bekeerden moest verplichten de mozaïsche gebruiken te onderhouden: sabbat, besnijdenis, voedselvoorschriften, offers.
Volgens Handelingen 15 raakte de vergadering diep onder de indruk toen Barnabas en Paulus over hun missionaire werk rapporteerden. Wanneer God zijn Geest ook aan onbesnedenen schenkt, dan is zijn naam uitgeroepen over heidenen! Daaruit bleek dat iemand geen jood hoeft te worden om christen te kunnen zijn. De enige toelatingseis voor niet-joden is een radicale breuk met het heidendom: ‘zich onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf ’. Dit apostelbesluit werd schriftelijk vastgelegd en als ethische grondregel aan alle christelijke gemeenten doorgegeven.
Auteur
P.H.R. van Houwelingen [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. van Bruggen, Paulus. Pionier voor de Messias van Israël (Kampen 2001)