Begrip uit de bijbel. Van het Griekse apostolos: afgevaardigde, gezondene.
In het Nieuwe Testament komt deze term soms in zijn algemene betekenis voor (Joh. 13:16; 2 Kor. 8:23; Fil. 2:25) en eenmaal wordt Jezus hiermee aangeduid (Heb. 3:1). Doorgaans betekent ‘apostel’ echter: ‘gezant van Jezus Christus’. De evangeliën (evangelie) vermelden twaalf apostelen, die als leerlingen met Jezus meetrokken. Hun namen luiden: Simon Petrus (ook: Kefas), zijn broer Andreas, de broers Jakobus en Johannes, Filippus, Bartolomeüs, Tomas, Matteüs, Jakobus de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon de Zeloot en Judas Iskariot (Matteüs 10:2-4). In plaats van Taddeüs wordt ook wel vermeld: Judas de zoon van Jakobus (Lucas 6:14-16).
Behalve Judas Iskariot worden deze apostelen voorgesteld als de getuigen van Christus’ opstanding, die van hem de opdracht kregen om zijn onderricht onder alle volken te verbreiden (Mat. 28:16-20). Volgens Handelingen 1:12-26 is Mattias in de plaats van Judas Iskariot gekozen. Daarnaast noemde ook Paulus zich apostel van Christus. Uit zijn brieven blijkt dat hij het aantal apostelen niet tot twaalf beperkte maar de term in bredere zin gebruikte (1 Kor. 9:1-2; 15:5-7). Bovendien is er soms sprake van valse apostelen (2 Kor. 11:13; Openb. 2:2).
De apostelen worden beschouwd als het fundament van de christelijke traditie (Ef. 2:20). In de visie van verscheidene kerken (waaronder de Rooms-Katholieke Kerk) gaat het ambt van bisschop terug op dat van de apostelen (apostolische successie). Mani, de stichter van het manicheisme, beschouwde zich eveneens als apostel van Jezus Christus. Ook invloedrijke zendelingen uit de kerkgeschiedenis noemt men soms apostel, zoals Willibrord, de apostel der Friezen.
Apostolische kerken en groepen kennen het ambt van apostel.
Auteur
Riemer Roukema [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Roloff, ‘Apostel/Apostolat/Apostolizität’, in: G. Krause, G. Müller e.a. (red.), Theologische Realenzyklopädie,
II (Berlin/New York 1978), 430-483
H.N. Ridderbos, ‘Jezus en zijn discipelen’, in: A. van der Woude e.a. (red.), Bijbels Handboek, III (Kampen 1987) 96-101