Verering van een afgod of afgoden, goden van andere volken, in tegenstelling tot het dienen van de ware God van Israël.
De eerste van de Tien Geboden (Ex. 20:3) betreft het verbod op afgoderij, in ruimere zin op alles (machten, ideeën, voorwerpen) waarop in de plaats van de enig ware God het vertrouwen gesteld wordt en het leven van afhankelijk gemaakt. Het begrip is overgenomen in de islam. Voor een moslim betekent het vereren van de drie-eenheid afgoderij. In de zestiende eeuw wezen de hervormers de eucharistie en de heiligenverering in de Rooms-Katholieke Kerk af als afgoderij (zie Reformatie).
Auteur
A.R.T. de Vos [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]