Popma, Klaas Johan

popma.JPG

Reformatorisch filosoof, classicus, romanschrijver (Den Haag 5 juni 1903 - 18 mei 1986)

Popma studeerde klassieke letteren in Leiden en promoveerde daar in 1931. Hij stond in contact met D.Th. Vollenhoven en werd vanaf 1935 betrokken bij de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte, waarvan hij jarenlang secretaris was. In 1948 werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en in 1955 aan de Rijksuniversiteit Utrecht.

Popma was een veelzijdig en vruchtbaar auteur. Zijn oeuvre omvat wijsgerig werk, bijbelstudies, kerkelijke polemieken en romans. Popma geldt als eigenzinnig denker met een opmerkelijke aandacht voor het chaotische en demonische in de cultuur. Zijn wijsgerige werk heeft een onmiskenbaar historische, antropologische en letterkundige inslag, zoals in Calvinistische geschiedenisbeschouwing (1945), Wijsbegeerte en anthropologie (1963) en Beschouwingen over het werk van Louis Couperus (1968). Zijn belangrijkste roman was De zonde van Jan der Kindere (1952). In het zevendelige Levensbeschouwing (1958) gaf Popma zijn persoonlijke uitleg van de Heidelbergse Catechismus.

Auteur

R. Kuiper [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]