Pont, Johannes Wilhelm

Luthers theoloog (Amsterdam 31 maart 1863 - Bussum 22 december 1939)

Pont studeerde theologie aan de Universiteit van Amsterdam, een zomersemester in Berlijn en deed in 1887 zijn proponentsexamen in de Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk. In datzelfde jaar promoveerde hij op een proefschrift over Psalm LXVIII. Eene exegetisch-kritische studie.

Pont was (hersteld) evangelisch-luthers predikant te Enkhuizen (1887), Tiel (1889), Schiedam (1891), Utrecht (1895) en Amsterdam (1902-1918). In 1903 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Kweekschool der Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk.

Onder zijn redactie verschenen acht delen Nieuwe Bijdragen tot de kennis van de geschiedenis en het wezen van het lutheranisme in de Nederlanden. In 1911 publiceerde hij zijn standaardwerk Geschiedenis van het lutheranisme in de Nederlanden tot 1618.

Pont zette zich in voor de beoefening van de lutherse kerkgeschiedenis om te komen tot een dieper bewustwording van het eigen karakter van het Nederlandse lutheranisme. Daarbij beoogde hij een fusie van de beide Nederlandse lutherse kerkgenootschappen, wat pas lang na zijn dood (in 1952) werd gerealiseerd.

Hij was betrokken bij de (Nederlandse afdeling van de) Wereldbond tot het bevorderen van een goede verstandhouding tussen de volken door de kerken. Hij redigeerde met J.A. Cramer het tijdschrift Internationaal Christendom van deze Wereldbond.

Auteur

Th. A. Fafié [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]


Verder lezen

W.J. Kooiman, Levensbericht van Johannes Wilhelm Pont (Leiden 1942)