Hart, Maarten 't

Hart.jpg

Bioloog, schrijver (Maassluis 25 november 1944)

‘Toen ik op 1 april 1951 naar de Grote School ging,’ schreef Maarten ’t Hart in 1984 in zijn autobiografie Het roer kan nog zesmaal om, ‘voelde ik mij al zo superieur, vergeleken met mijn leeftijdgenoten, dat ik mij er nog veel heviger dan drie jaar daarvoor tegen verzette dat mijn moeder mij wegbrengen zou.’ Als vierjarige kleuter was hij alleen naar de ‘bewaarschool’ gewandeld, stiekem gevolgd door zijn moeder. Drie jaar later moest ze toch echt mee, om hem op de Maassluise Dr. Abraham Kuyperschool te laten inschrijven. Maarten bleek een pientere knaap die zijn klasgenoten ver vooruit was. Ook het Vlaardingse Groen van Prinstererlyceum doorliep ’t Hart met glans waarna hij in 1962 biologie ging studeren aan de Rijksuniversiteit Leiden. Op zijn kandidaatsexamen, in 1966, volgde een weinig gelukkig tweejarig bestaan als leraar biologie. ‘Van de barre tropenjaren waarin ik lesgaf wens ik me dan ook niets meer te herinneren,’ schreef hij later.

Na de militaire dienstplicht keerde ’t Hart terug naar de faculteit biologie van de Leidse universiteit. Hij werd werkzaam op de afdeling ethologie en specialiseerde zich in gedragsonderzoek dat ook het onderwerp van zijn dissertatie werd. In 1978 promoveerde hij op het doorkruipgedrag van de driedoornige stekelbaars. Toen de faculteit in 1987 door een bezuinigingsronde werd getroffen, nam ’t Hart vrijwillig ontslag en ging van de pen leven.

Zijn debuutroman Stenen voor een ransuil, die hij tijdens zijn diensttijd schreef, verscheen in 1971 onder het pseudoniem Martin Hart en werd goed ontvangen. Hierin zijn de thema’s die zijn literaire oeuvre zouden gaan kenmerken reeds te vinden: heimwee naar en afkeer van zijn christelijke opvoeding; liefde voor vrouw, dier en klassieke muziek; fascinatie voor het noodlot en de vreugde van de eenzaamheid. Zijn tweede roman, Ik had een wapenbroeder, uit 1973, kreeg een minder gunstig onthaal en werd slecht verkocht. Het gevolg was dat De Arbeiderspers aanvankelijk weinig interesse had voor Het vrome volk, de verhalenbundel die in 1975 verscheen en met de Multatuliprijs werd bekroond.

De grote doorbraak kwam in 1978 met Een vlucht regenwulpen. De eerste versie van de roman schreef ’t Hart al in 1971. Twee jaar later, na de verschijning van Ik had een wapenbroeder, werd het manuscript door De Arbeiderspers afgewezen. Het boek verscheen uiteindelijk in 1978 en werd een bestseller. Hoofdpersoon is een eenzame, dertigjarige hoogleraar biologie, enigkind van streng-gereformeerde ouders, die heeft gebroken met het geloof, maar er nog dagelijks mee worstelt. Met De kroongetuige, uit 1983, begaf ’t Hart zich op het terrein van de literaire thriller, tien jaar later opnieuw met Het woeden der gehele wereld waarvoor hij de Gouden Strop ontving. In 2006 publiceerde ’t Hart een historische roman: Het Psalmenoproer. Zijn werk verschijnt in diverse talen. Ook in Duitsland is Maarten ’t Hart een beststeller.

In 2004 stelde ’t Hart zich beschikbaar als lijstduwer van de Partij voor de Dieren bij de verkiezingen voor het Europees Parlement. Hij werd echter geweigerd door de Kiesraad omdat hij niet over een legitimatiebewijs beschikte. Bij de Kamerverkiezingen van 2006 stond ’t Hart weer op de kandidatenlijst, samen met andere prominenten. Een paar maanden later riep hij lijsttrekker Marianne Thieme, inmiddels Tweede-Kamerlid, en senator Niko Koffeman op hun functies neer te leggen, nadat bekend was geworden dat ze tot het kerkgenootschap van de Zevende-Dagadventisten behoorden. Een geloof in een spoedig einde der tijden strookte volgens ’t Hart niet met een streven naar een betere toekomst voor dieren.

In 2006 zocht ’t Hart de publiciteit in de zaak rond de verpleegster Lucia de B. die tot levenslang was veroordeeld voor zeven moorden en drie pogingen ertoe. Samen met wiskundige Richard Gill bracht hij een groep van 850 mensen bijeen, onder wie veel wetenschappers, die de bewijsvoering (acute vergiftiging met digoxine) bestreed en vrijlating bepleitte.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
31 oktober 2008

Verder lezen
J. Diepstraten (red.), Over Maarten ’t Hart. Beschouwingen en interviews (Den Haag 1982)
H. Werkman, Een calvinist leest Maarten ’t Hart (Baarn 1982)
M. ’t Hart, Het roer kan nog zesmaal om (Amsterdam 1984)
W. de Moor, Een Hollands orakel (Amsterdam 1994)
M. ’t Hart, Een deerne in lokkend postuur. Persoonlijke kroniek 1999 (Amsterdam 2000)