Siebelink, Jan Geurt

Siebelink.jpg

Schrijver (Velp 13 februari 1938)

Knielen op een bed violen, zijn – deels – autobiografische en AKO-prijswinnende bestseller, wekte bij vele lezers de indruk dat Siebelink een ongelukkige, dieptragische jeugd had beleefd. Maar naar eigen zeggen was het tegendeel het geval. ‘Mijn hele jeugd is één groot geluk geweest,’ benadrukte de schrijver in diverse interviews. ‘Ik ben dankbaar voor de ouders die ik heb gekregen.’ Het ouderlijk huis, in het Gelderse Velp, zuchtte niet voortdurend onder het loodzware en zwartgallige calvinisme dat Siebelinks vader in de greep had gekregen. ‘Het was bij ons thuis ook vaak heel gezellig, met veel mensen over de vloer. Mijn vader was een heel aardige, lieve man.’

Siebelinks vader (‘Hans Sievez’ in Knielen op een bed violen) was een sappelende bloemenkweker die op een dag door God ter aarde werd geslagen. Vuur uit de hemel had hij gezien, God had hem toegesproken. Hij keerde de hervormde kerk de rug toe en kwam in de ban van oefenaars, mannen in het zwart die de streng-orthodoxe leer van Jan Pieter Paauwe verkondigden. Omdat de Velpse school met de bijbel door Siebelinks vader ‘te licht’ werd bevonden, ging Jan naar de openbare lagere school. Via de ulo kwam hij op de kweekschool terecht en werd vervolgens onderwijzer in het Gelderse Laag-Soeren, in de avonduren Franse taal- en letterkunde studerend. De dienstplicht riep Siebelink uit het klaslokaal weg. Hij werd officier bij de luchtmacht en had later nog levendige herinneringen aan de Cubacrisis, 1962, toen de spanningen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie tot het kookpunt opliepen. ‘Er stonden constant Hunters met lopende motor gereed om uit te vliegen.’

Na de wapenrok te hebben afgelegd werd Siebelink leraar Frans op een mavo. Veertig jaar lang zou hij voor de klas blijven staan, het langst op het Edese Marnixcollege, een periode die samen met zijn zwaar-godsdienstige jeugdjaren een onuitputtelijke Fundgrube zou worden voor zijn literaire carrière. Inspiratiebron was ook J.-K. Huysmans, een Franse schrijver van Nederlandse afkomst met wiens werk Siebelink tijdens zijn studie in aanraking was gekomen. Huysmans’ overrompelende roman A rebours, een stilistisch meesterwerk over religieuze gevangenheid en verlokking van het kwade, werd door Siebelink vertaald, onder de titel Tegen de keer.

Dit was de opmaat tot Siebelinks eigen schrijverschap. ‘Op de avond van de dag dat ik de vertaling inleverde,’ vertelt hij op zijn website, ‘schreef ik in de huiskamer van mijn moeder, op de plaats waar mijn vader was overleden, mijn eerste verhaal: “Witte chrysanten”.’ Hoofdpersoon is de zoon van een bloemenkweker die wraak neemt op de bloemenwinkelier die zijn vader jarenlang had vernederd. Verval, dood en religie vormen de bedding van het verhaal, waarbij Siebelink dicht bij Huysmans blijft en zich verre houdt van anekdotisch realisme. ‘Witte chrysanten’, dat in 1975 met vier andere verhalen werd gepubliceerd als Nachtschade, vormt het oerverhaal van Siebelinks schrijverschap: de bloemenkwekerij als het verloren paradijs uit zijn jeugdjaren, het duistere geloof van zijn vader, het bewogen leven van een middelbare-schooldocent, het bijtende verschil in rangen en standen. Siebelinks favoriete hoofdpersonages zijn telgen van kleine luyden die zich al ploeterend opwerken en hun Bildung soms zelf met een universitaire graad weten te bekronen. Maar ze blijven zich altijd de mindere voelen en worden voortdurend geplaagd door het met de paplepel ingegoten calvinistische besef dat het alles ijdelheid en najagen van wind is.

Deze rode draad loopt kaarsrecht door Siebelinks meer dan dertig titels tellende oeuvre: van Nachtschade via Een lust voor het oog, zijn in 1977 verschenen eerste roman, naar onder meer De herfst zal schitterend zijn (1980) en De overkant van de rivier (1990), om in 2005 zijn definitieve en indrukwekkende bestemming te krijgen in Knielen op een bed violen. Het boek, waarvan meer dan een half miljoen exemplaren zijn verkocht, maakte Siebelink, ondertussen al dik in de zestig, tot een gevierd schrijver. En hij kan er, ondanks zijn calvinistische inborst, van genieten. ‘Ik loop nu wel eens door de straten waar mijn verhaal zich heeft afgespeeld. Fier, onkwetsbaar, een beetje als een overwinnaar.’

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
29 maart 2010

Informatie op internet
Transparant
Trouw
www.jansiebelink.nl