Scholten, Joannes Henricus

Scholten. J.H..jpg

Scholten, Joannes Henricus. Hervormd predikant en theoloog (Vleuten 17 augustus 1811 - Leiden 10 april 1885)

De rede waarmee Scholten in 1840 zijn hoogleraarschap aan de universiteit van Franeker aanvaardde geldt als geboortestonde van het modernisme in Nederland (zie: moderne theologie). De supranaturalistische Jezus, geboren uit de maagd Maria, gekruisigd, opgestaan uit de dood en opgevaren ten hemel moest in de theologie plaatsmaken voor de historische Jezus. Die echt méns was geweest.

Joannes Henricus Scholten, zoon van een predikant, was in 1828 theologie gaan studeren aan de rijksuniversiteit van Utrecht. In 1831 verruilde hij de collegezaal tijdelijk voor het krijgsveld: Scholten nam deel aan de tiendaagse veldtocht tegen de opstandige zuidelijke Nederlanden. Zijn studiezin moet er nadien niet onder hebben geleden want in 1835 promoveerde Scholten in de letteren, een jaar later in de theologie. Vervolgens trok hij de pastorie in; hij werd predikant in het Alblasserwaardse Meerkerk, om na drie jaar hoogleraar in Franeker te worden.

In 1843 hield de hogeschool in Franeker op te bestaan. Scholten werd hoogleraar in Leiden waar hij zijn antisupranaturalistische denkbeelden verder uitwerkte. Zijn rationalistische theologiebeoefening had aanvankelijk nog een tegenpool in warme geloofsgevoelens die hem welwillend deden staan tegenover de gereformeerde leer en traditie. Scholten had sympathie voor de Groninger richting en probeerde het aloude calvinisme uit de zestiende eeuw nieuw leven in te blazen. Metterjaren werden deze ideeën echter bijna geheel verdrongen door een intellectualistische en speculatieve benadering waarin hij zich als volgeling van de Duitse filosoof Hegel liet kennen. Scholtens tweedelige hoofdwerk De leer der hervormde kerk uit de bronnen voorgesteld, verschenen in 1848 en 1850, was hier het eerste bewijs van. Uiteindelijk probeerde hij de theologie met de moderne natuurwetenschap te verzoenen, wat hem tot het monisme bracht: de goddelijke en menselijke wereld waren in wezen één.

De ‘apostel der rede’, zoals Scholtens bijnaam luidde, was allesbehalve onbescheiden. Hij bezat de rechte kijk op de gereformeerde leer, hij begreep haar zeventiende- en achttiende-eeuwse verkondigers beter dan zij zichzelf hadden verstaan, wat hij aan vriend en vijand wilde duidelijk maken. Scholten stond daarom ook als ‘grootinquisiteur van het monisme’ te boek. Hij werd niet alleen door orthodoxe theologen als Van Oosterzee en D. Chantepie de la Saussaye bekritiseerd. Ook moderne theologen als Roessingh en A. Pierson namen van zijn opvattingen afstand. Het nam niet weg dat Scholten, de grote systematicus van de moderne theologie, zeer invloedrijk was. Hij was bovendien een voortreffelijke docent die op vele studenten grote indruk maakte, onder wie Abraham Kuyper.

Toen Scholten in 1881, zeventig jaar oud, met emeritaat ging, moest hij echter  erkennen dat de moderne theologie een tandenloze discipline was geworden. In het theologisch debat, geëntameerd door zijn voormalige student Kuyper die zich tot de orthodoxie had bekeerd, speelde de modernen geen enkele rol. ‘Wetenschapschuwend orthodoxisme ter éener, sceptisch ongeloof ter anderer zijde ondermijnen thans veler kracht,’ stelde hij teleurgesteld vast.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
17 november 2008

Verder lezen
S. van der Linde, ‘Scholten, Joannes Henricus’, in: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, I (Kampen 1983), 320-322