Journaliste en schrijfster (Zaandam 26 juli 1904 - Bussum 28 december 1987)
Ze vloog de hele wereld over, interviewde Mussolini, prikte zo nu en dan een vorkje mee bij premier Colijn en was gast bij president Roosevelt op het Witte Huis. Ze had prachtige donkerblonde krullen, een parelwit gebit, aanlokkelijke ogen en ging altijd volgens de laatste mode gekleed. Sexy, maar toch gereformeerd; mooi, maar niet ordinair. Op de redactie van De Standaard, het antirevolutionaire dagblad waarvoor ze menig artikel schreef, was ze een bezienswaardigheid. Vanaf de burelen werd er door knoestige, in donker pak met vest gekleede calvinisten met een mengeling van gêne en genot naar ‘die hupse meid’ gegluurd. Haar uiterlijk opende vele deuren. Aan het einde van haar carrière baarde ze nog één keer opzien, met een apologetisch boek over de Zuid-Afrikaanse president Hendrik Verwoerd die ze in 1966, kort voor diens gewelddadige dood, interviewde.
Haar echte voornaam was Maria. Die kreeg ze op 26 juli 1904, van Ruth Pos en zijn vrouw Ibeltje Dekker. Marietje, zoals haar roepnaam zou worden, was hun eerste kind. Kort voor de geboorte had vader Ruth zijn baan opgezegd en was evangelist geworden. Het jonge gezin verhuisde naar Purmerend vanwaaruit Pos per fiets zending ging bedrijven onder turftrappers en landarbeiders. In 1912 werd hij ziek: tbc. Marietje, acht jaar oud, werd met evangelisatieblaadjes op pad gestuurd. Dorpskinderen jouwden haar uit, probeerden haar weg te jagen. Marietje leerde zich te wapenen en voor zichzelf op te komen. In de brieven die ze aan haar vader in het sanatorium schreef ontwikkelde zich haar schrijftalent – ze bleek een geboren verteller. Op school was opstelschrijven Marietjes lust en leven.
Doorleren was echter niet voor haar weggelegd. In de zomer van 1916, na haar twaalfde verjaardag, werd ze van school gehaald. Marie was thuis nodig. Haar moeder was vaak ziek en het gezin telde inmiddels vier zonen en twee dochters. In 1920, op zestienjarige leeftijd, ging Marie op een Amsterdams advocatenkantoor werken. In de avonduren volgde ze cursussen: typen, boekhouden, handelsrekenen, Engels. Ook nam ze spraaklessen: ze wilde van haar Noord-Hollandse accent af; ze wilde vóóruit. In 1921, na een jaar, hield ze het advocatenkantoor voor gezien. Ze ging voor een internationale wijnkoperij werken, in het vertrouwde Purmerend. In de avonduren probeerde ze te schrijven. Haar eerste pennenvrucht, een kort verhaal, verscheen in 1922 in De Purmerender, onder de mondainer klinkende naam Mary Pos. Ook schreef ze een feuilleton voor de krant, ‘Het groote raadsel’. Van een reis die Mary voor de Purmerendse wijnkoperij naar Londen maakte deed ze in 1928 uitgebreid verslag in het tijdschrift Christelijk Vrouwenleven. Voorts schreef ze regelmatig voor De Amsterdammer, kopblad van De Standaard. In 1931 publiceerde Mary een roman, Daden!
Na vertegenwoordigster in banketbakkersproducten en secretaresse bij de Patroonsbond voor de Bouwbedrijven te zijn geweest, koos Mary in 1934 voor een bestaan als reizend schrijfster. Haar eerste reisdoel was Rome, de antieke stad waar il Duce resideerde: Benito Mussolini. Ze wilde Italiës fascistenleider interviewen, maar haar missie draaide op niets uit. Een jaar later, juni 1935, slaagde ze er wel in tot Mussolini door te dringen. Ze deed er in De Standaard en het Calvinistisch Weekblad uitgebreid verslag van, op bewierokende wijze. ‘In één woord een genie’, schreef Mary over Mussolini.
In 1936 ondernam Mary een reis naar Moskou waarvan ze in De Telegraaf verhaalde. Eind 1937 verbleef ze in de Verenigde Staten waar ze aan president Roosevelt werd voorgesteld. Van dit avontuur verschenen reportages in De Standaard. Van haar reizen deed Mary ook kond in spreekbeurten die gepaard gingen met ferme aansporingen tot saamhorigheid, verdraagzaamheid en deugdzaamheid – evangelische waarden die haar thuis met de paplepel waren ingegoten. Haar gehoor bestond voornamelijk uit vrouwen voor wie ze een ideaalbeeld van zelfstandigheid en avontuur was. Mary Pos was een celebrity, maar achter de stralende lach en de glamour ging een vaak neerslachtige vrouw schuil die in de liefde ongelukkig was.
De tweede wereldoorlog maakte een einde aan het bestaan als reizend schrijfster. Met haar spreekbeurten kon Mary wel doorgaan, totdat ze in 1944 wegens anti-Duitse toonzetting werden verboden. Na de bevrijding raakte ze in opspraak, op grond van vier artikelen die ze in september 1940 in De Telegraaf had gepubliceerd. Daarin had ze geschreven over het wel en wee van een groep Nederlandse kinderen die, in het kader van door de Duitse bezetter verzorgde kinderuitzendingen, in Oostenrijk verbleef. Hoewel de artikelen neutraal van toon waren werd Mary in juni 1945 door het bovengronds gekomen verzetsblad Het Parool aan de schandpaal genageld. Een maand later werd ze gerehabiliteerd, maar de reuk van een dubieus oorlogsverleden bleef lang rond haar hangen.
In 1959, 55 jaar oud, dacht Mary in een Amerikaanse hoogleraar eindelijk de ware Jacob te hebben gevonden. Drie maanden na het huwelijk stond ze aan zijn graf. Een jaar later trouwde ze met een gepensioneerde Engelse ingenieur. Mary ging zowaar een huiselijker bestaan leiden. Reizen deed ze alleen nog met haar echtgenoot, haar lezingen schroefde ze terug, schrijven deed ze voor haar plezier. Na de ophef, in 1967, over haar boek Wie was dr. Verwoerd? werd het stil rond Mary Pos. Haar sterven, twintig jaar later, was goed voor slechts één herdenkingsartikel, in het dagblad Trouw, verre nazaat van De Standaard waarin ze ettelijke kolommen had gevuld. Haar overlijdensadvertentie stond in de andere krant waarvoor ze veel had geschreven: De Telegraaf.
Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
1 februari 2010
Verder lezen
Anneke Soethout, ‘Mary Pos: een fenomeen’, in: J. van der Vat en H.J. Goldstein, Uitgelezen boeken, katern voor boekverkopers en boekenkopers, V-1, 21 juni 1992, 1-35
Informatie op internet
Digitale bibliotheek Nederlandse letteren
Archief
Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden) van de Vrije Universiteit