Peursen, Cornelis Anthonie van

van peursen.JPG

Hoogleraar wijsbegeerte (Rotterdam 8 juli 1920 - Den Haag 19 oktober 1996)

Zijn benoeming in 1963, als buitengewoon hoogleraar in de (geschiedenis van de) kentheorie en wetenschapsleer, was een niet mis te verstaan teken dat de levensbeschouwelijke panelen op de Vrije Universiteit aan het schuiven waren. Van Peursen was immers geen aanhanger van de wijsbegeerte der wetsidee en gold bovendien als verklaard voorstander van het samengaan van de gereformeerde kerken met de hervormde kerk. Volgens filosoof K.J. Popma, met huid en haar aan de ‘WdW’ verknocht, haalde de Vrije Universiteit met Van Peursen ‘het paard van Troje’ binnen. Ook Popma’s collega’s Vollenhoven en Zuidema zaten niet bepaald op Van Peursen te wachten en betoogden dat zijn wetenschappelijke werk onverenigbaar was met de gereformeerde grondslag van de universiteit. Zuidema had Van Peursens proefschrift indertijd afgekraakt als een typisch vervalverschijnsel van het christendom. Maar Van Peursen kwám, terwijl Zuidema een aantal jaren later de gaande man was – omdat de gereformeerde wereld drastisch aan het veranderen was.

Kees van Peursen, Rotterdammer van geboorte en telg uit een verlicht gereformeerd gezin, volgde in Den Haag het christelijk gymnasium. In 1939 deed hij eindexamen en ging vervolgens in Leiden rechten en filosofie studeren. Beide studies rondde hij, ondanks de bezettingsjaren, in 1945 af. Drie jaar later verwierf Van Peursen de doctorshoed in de filosofie, met de dissertatie Riskante philosophie die het existentialisme tot onderwerp had. ‘Het doorbrak het onpersoonlijke, puur wetenschappelijke, neutrale denken,’ zei Van Peursen later over het existentiële denken. ‘Het is een verdienste van Sartre geweest dat hij de filosofie op straat heeft gebracht.’ Van Peursen wilde de wijsbegeerte echter niet permanent in het theater van het gewone leven onderbrengen. Wijsbegeerte moest ook licht werpen op wat zich aan gene zijde van het tastbare en waarneembare bevond. De filosoof moest volgens Van Peursen het gevaar niet schuwen en zich positioneren op ‘het wonderlijke knooppunt tussen onvermoede verten buiten hem en ternauwernood bevroede diepten binnen hem.’

Na zijn promotie werd Van Peursen op het ministerie van onderwijs werkzaam, als souschef internationale betrekkingen. Twee jaar later, in 1950, keerde hij terug naar de wetenschap, als lector filosofie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. In 1953 werd Van Peursen aan de Groningse universiteit tot hoogleraar benoemd. Hij verliet hij het hoge noorden in 1960, om plaats te nemen op de filosofieleerstoel van de Leidse universiteit. In 1963 volgde Van Peursens benoeming tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit, niet zonder slag of stoot.

Twee jaar later riep Van Peursen de toorn van literator W.F. Hermans over zich af, met de publicatie van een boek over Ludwig Wittgenstein bij wie hij in 1946 enkele colleges had gevolgd. Van Peursen meende Wittgenstein, grondlegger van het neopositivisme, mystieke, ja religieuze denkbeelden te kunnen toedenken. Dit schoot Hermans finaal in het verkeerde keelgat. De schrijver brandmerkte het boek (Feiten, waarden, gebeurtenissen) als ‘misleidend’, maar volgens Van Peursen was er meer aan de hand. ‘Hij was boos dat ik nooit gezegd had dat hij – Hermans – de eerst was die in Nederland over Wittgenstein geschreven had.’

Nederland was voor Van Peursen te klein. Hij gaf onder meer college in München, Wenen, Oxford, Berkeley en Tokio, een filosofische trektocht makend die hem leerde met open oog naar andere culturen en wereldbeschouwingen te kijken. Dit maakte hem echter niet tot een uitgesproken relativist. ‘Er moet rationaliteit zijn, in de zin dat je een discussie moet kunnen voeren,’ meende hij. ‘Maar ik heb wel geleerd dat rationaliteit meerdimensionaal is.’ Van Peursen was bepaald geen studeerkamerfilosoof. Met zijn cultuurfilosofische werken Strategie van de cultuur en Cultuur in stroomversnelling, die in de eerste helft van de jaren zeventig verschenen, bereikte hij een breed publiek. Voorts was Van Peursen medeoprichter van het populariserende tijdschrift Wijsgerig perspectief en mengde hij zich in het maatschappelijke debat, onder meer met zijn boeken Kennis en beleid (1985) en Postmodernisme (1994).

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
15 augustus 2011

Verder lezen
J. Klapwijk, ‘Honderd jaar filosofie aan de Vrije Universiteit’, in: M. van Os, W.J. Wieringa (red.), Wetenschap en rekenschap 1880-1980. Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit (Kampen 1980), 529-593

Informatie op internet
Herman Philipse, ‘Een zoekend wijsgeer. In memoriam Cornelis Anthonie van Peursen (1920-1996)’