Predikant (Smitshoek 18 oktober 1872 - Den Haag 6 juli 1956)
Door toedoen van Jan Siebelinks – goeddeels – autobiografische bestseller Knielen op een bed violen, waarin hij als dominee Poort figureert, stond Paauwe een halve eeuw na zijn dood opeens in de belangstelling. Hoofdpersonage Hans Sievez, waarvoor Siebelinks vader model heeft gestaan, is een sappelende bloemenkweker die – na te zijn aangesproken door God – de hervormde kerk de rug toekeert. Hij komt in de ban van oefenaars, mannen in het zwart die de streng-orthodoxe leer van Poort (Paauwe) verkondigen en een wig in het gezin Sievez drijven. Wanneer de bloemenkweker op zijn sterfbed ligt staan de discipelen van Poort niet toe dat vrouw en kinderen afscheid nemen. Wie was deze dominee?
Jan Pieter Paauwe, die werd geboren in de Smitshoek, een buurtschap onder de rook van Rotterdam, verloor op jonge leeftijd zijn ouders. Zijn moeder overleed negen dagen na zijn zevende verjaardag, zijn vader zes jaar later, in 1885. Jan Pieter verbleef toen al ruim drie jaar in een – gereformeerd – weeshuis. Zijn vader was in 1882 hertrouwd, maar kennelijk zag het echtpaar geen kans de verzorging van Jan Pieter op zich te nemen. Elf jaar lang woonde hij in het weeshuis, totdat hij zich in 1893 in Utrecht vestigde, als kwekeling van de plaatselijke zendingsvereniging.
Ruim een half jaar later, eind 1893, verhuisde Paauwe naar Doetinchem waar hij, inmiddels 21 jaar oud, het gymnasium ging volgen dat uitging van de Christelijke Philantropische Inrichtingen. Binnen drie jaar had Paauwe het gymnasiumdiploma op zak. Hij keerde vervolgens terug naar Utrecht waar hij theologie ging studeren. Ook deze studie verliep vlot. In 1901, na nog geen vijf jaar, slaagde Paauwe voor zijn proponentsexamen. Hij werd hervormd predikant in Yerseke, op Zuid-Beveland, waar hij werd bevestigd door J.H. Gunning jr. Een jaar later trad hij in het huwelijk met Wilhelmina Dagevos, een typische domineesvrouw uit een gegoede familie.
In Yerseke, aan de boorden van de Oosterschelde, kwam Paauwe in grote geestelijke nood. Zijn worsteling met geloofsvragen en met zijn positie in de hervormde kerk dreef Paauwe naar de ledeboerianen die hem preken en geschriften van Smijtegelt, à Brakel, Van Lodenstein en Van der Groe aan de hand deden. Paauwe overwoog zich bij de ledeboeriaanse gereformeerde gemeente aan te sluiten, maar zijn definitieve bekering tot het ‘ware geloof’ liet tot eind 1911 op zich wachten, toen hij inmiddels vier jaar in Bennekom stond. Paauwe voegde alras de daad bij het bekeringswoord. Hij weigerde, gesteund door zijn kerkenraad, getuigschriften van goed zedelijk gedrag af te geven voor Bennekommers die in de vrijzinnige gemeente van Tiel belijdenis wilden doen. Ze werden vervolgens, na in Tiel te zijn aangenomen, evenmin in het lidmatenboek ingeschreven. Daarmee was de ‘Bennekomse zaak’ geboren die – via classis en provinciaal kerkbestuur – in juni 1914 bij de algemene synodale commissie belandde. Paauwe en zijn kerkenraadsleden werden eerst voor twee maanden geschorst, vervolgens, in oktober 1914, afgezet, omdat ze na afloop van de strafperiode weigerden hun ambten weer op te nemen.
Paauwe, die zich na zijn afzetting in Den Haag vestigde maar levenslang nauw met zijn volgelingen in Bennekom verbonden bleef, stichtte geen nieuw kerkgenootschap. Hij trok rond als ‘vrij predikant’, de strenge geloofsleer van de Nadere Reformatie verkondigend en een gehoor om zich heen verzamelend dat zijn heil buiten de gevestigde kerken zocht. Paauwes woord werd ook verspreid door middel van de Maandelijksche Mededeeling, een gestencild blaadje dat vanaf 1942 in gedrukte vorm verscheen en een belangrijk bindmiddel van de ‘paauweanen’ was. Een haperende gezondheid dwong Paauwe er na de oorlog toe zijn predikaties te beperken en rustpauzes in te lassen, maar van ophouden wilde hij niet weten. Tot twee maanden voor zijn dood, in juli 1956, bleef hij voorgaan, waarbij de laatste vijf jaar een kleine vierhonderd diensten op de geluidsband werden vastgelegd. Paauwe heeft in totaal bijna duizend preken en catechisatietoespraken nagelaten, die tot op de dag van vandaag door volgelingen in zogeheten huisgodsdienstoefeningen worden gelezen of beluisterd.
Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
1 augustus 2011
Verder lezen
L.F. Dros en N.J.P. Sjoer, Als een eenzame mus op het dak Jan Pieter Paauwe (1872-1956), zijn leven, werk en volgelingen (Kampen 1994)
Informatie op internet
Nederlands Dagblad
www.ds-paauwe.nl