Kuipers-Rietberg, Helena Theodora

kuipers-rietberg.JPG

Verzetsvrouw (Winterswijk 26 mei 1893 - Ravensbrück 27 december 1944)

Twintig jaar na dato, in Loe de Jongs monumentale tv-serie De bezetting, verwoordde Frits Slomp haar aansporing op dermate aangrijpende wijze dat het leek alsof ze kort tevoren tegenover hem had gezeten. ‘En nu dacht ik,’ had ze in oktober 1942 op hem ingepraat, ‘dat jij dat doen moest. Dat je het land door moet om de mensen daarvoor warm te maken.’ Slomp voelde er niets voor. ‘Dat durf ik niet,’ was zijn antwoord. De Duitsers zochten hem ‘Ik durf niet in de trein te reizen.’ Waarop Heleen Kuipers hem doordringend aankeek en zei: ‘Kerel, zou het nou zo erg zijn als jij om het leven kwam terwijl er duizenden jongens werden gered?’. Slomp ging op pad en nog geen twee maanden later, eind november 1942, was de oprichting van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) een feit. De organisatie zou uitgroeien tot Nederlands grootste verzetsbeweging, met ongeveer veertienduizend medewerkers, verdeeld over honderd districten.

Helena Rietberg was een dochter van een gereformeerde molenaar en graanhandelaar uit Winterswijk. Na de school met de bijbel en de driejarige hbs te hebben doorlopen ging ze voor haar vader werken. In 1919 werd Heleen ten huwelijk gevraagd door Piet Kuipers die ze op de hbs had leren kennen. Kuipers werkte in Indië en wilde Heleen naar de Oost meenemen. Daar gaf haar vader, die zich uit de graanhandel wilde terugtrekken en zijn kordate dochter daarom niet graag van kantoor zag vertrekken, geen toestemming. Kuipers besloot zijn Indische carrière af te breken en medefirmant in Rietbergs graanhandel te worden, om in 1921 met dochter Heleen te trouwen. Uit het huwelijk zouden vijf kinderen worden geboren, twee zoons en drie dochters.

Het drukke gezinsleven bleek geen sta-in-de-weg voor diverse activiteiten in het plaatselijke gereformeerde verenigingsleven. Vooral Heleen, een ontwikkelde vrouw met een sterke persoonlijkheid, manifesteerde zich op maatschappelijk en kerkelijk terrein. In 1932 behoorde ze tot de oprichters van de gereformeerde vrouwenvereniging, vijf jaar later werd ze hoofdbestuurslid van de Bond van gereformeerde vrouwenverenigingen in Nederland. Ook politieke ontwikkelingen hadden haar aandacht. Met grote afkeer bezag Kuipers-Rietberg de opkomst van de NSB die in haar woonplaats, Winterswijk, een grote aanhang had. Luttele kilometers oostwaarts, in Duitsland, was Hitler aan de macht. Meteen nadat diens troepen op 10 mei 1940 de grens hadden overschreden waarschuwde Kuipers-Rietberg voor de gevaren van het nationaal-socialisme, dat in zeven jaar tijd – sluipenderwijs – het Duitse volk volledig in de greep had gekregen.

Voor de felle Kuipers-Rietberg was verzet vanzelfsprekend. In de loop van 1941 hielp ze, samen met haar man en beide zoons, ontvluchte Britse krijgsgevangenen naar hun vaderland terug te keren. Toen in 1942 de deportaties op gang kwamen spande ze zich in om joden aan schuiladressen te helpen, wat in het NSB-gezinde Winterswijk geen sinecure was. De oprichting van de LO, eind 1942, kwam voort uit haar afkeer van de Arbeidsdienst, een op nationaal-socialistische leest geschoeid opvoedingsinstituut waar jongens zich na afronding van hun middelbare-schoolopleiding moesten melden. Hen hiervan weerhouden was volgens Kuipers-Rietberg niet genoeg; de jongens moesten ook aan schuilplaatsen worden geholpen. De LO, waarvan zij samen met Slomp de drijvende kracht was, kreeg in het voorjaar van 1943 een grote toeloop te verwerken van militairen die geen gehoor hadden gegeven aan de verordening zich opnieuw voor krijgsgevangenschap te melden, ten einde in de Duitse oorlogsindustrie te worden tewerkgesteld.

In de twee oorlogsjaren die nog volgden werden steeds grotere contingenten mannen voor de Arbeidsinzet opgeroepen, met als gevolg dat de LO voor een gestaag groeiend onderduikersleger had te zorgen. De last hiervan werd Kuipers-Rietberg (schuilnaam ‘tante Riek’, naar haar overleden zuster Hendrika) in het najaar van 1943 te veel. Ze raakte overspannen en werd gemaand zich terug te trekken – tevergeefs. Er was nog zoveel werk te doen, nog zoveel mannen uit de klauwen van de bezetter te redden. Ze ging door, gedreven door het Grote Gebod: God liefhebben met geheel je hart, ziel en verstand; en je naaste liefhebben als jezelf.

De Duitsers zaten Kuipers-Rietberg en haar man inmiddels op de hielen. In mei 1944 wisten ze de dans ternauwernood te ontspringen, maar drie maanden later werden ze alsnog gearresteerd. Kuipers werd snel vrijgelaten, omdat de Duitsers hoopten dat hij hen naar verzetsrelaties zou leiden. Hij doorzag het Spiel, dook direct onder en bleef uit hun greep. Zijn vrouw werd eind augustus 1944 in kamp Vught opgesloten en anderhalve week later, toen de geallieerde troepen op het punt leken te staan Nederland te bevrijden, naar Ravensbrück afgevoerd. Eind oktober 1944 werd ze ziek, twee maanden later stierf ze. In 1946 werd Helena Kuipers-Rietberg –postuum – het Verzetskruis toegekend. Negen jaar later werd ze met een standbeeld geëerd, onthuld door prinses Wilhelmina. Het monument staat in het plantsoen naast het gemeentehuis van Winterswijk, aan het Kuipers-Rietbergplein.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
30 augustus 2010

Verder lezen
Kuipers, Eppo, Er was zoveel werk nog te doen. Tante Riek en Oom Piet in de jaren ’40-’45 (Winterswijk
z.j.)

Informatie op internet
Biografisch Woordenboek van Nederland 
Biografisch Woordenboek Gelderland