Monarchomachen

Bestrijders van onbeperkte vorstelijke macht; van het Griekse monarchos (alleenheerser) en machomai (strijden)

In de periode 1558-1604 ontstond de literatuur van de calvinistische monarchomachen. Wanneer de overheid verviel tot ‘goddeloze tirannie’, beperkte Calvijn het verzet van de burgers aanvankelijk tot het weigeren van gehoorzaamheid. Maar vanuit Genève wees Calvijn ook op de controlerende functie van de volksvergadering, de volksmagistraten en de lagere magistraten ten aanzien van het overheidsbeleid.

Met name na de Bartholomeüsnacht vielen de overgebleven hugenoten tijdelijk terug op meer radicaal democratische argumenten in hun strijd tegen tirannie. Belangrijke woordvoerders waren François Hotman, Theodorus Beza en Philippe du Plessis Mornay. De denkbeelden van de monarchomachen waren gevoed door elementen uit het Oude en Nieuwe Testament en ontwikkeld in samenhang met de bestaande overheidsstructuren in de zestiende eeuw.

De mede door de monarchomachen ontwikkelde calvinistische staatsleer beïnvloedde de Nederlandse opstand. In hun strijd tegen de tirannie maakten de monarchomachen gebruik van argumenten waarin al de beginselen van republikanisme, volkssoevereiniteit, contracttheorie en scheiding van machten aanwijsbaar zijn. Er waren later ook rooms-katholieke monarchomachen.

Auteur

J.W. Sap [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen

J.W. Sap, Wegbereiders der revolutie. Calvinisme en de strijd om de democratische rechtsstaat (Groningen 1993)