Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen

Organisatie oorspronkelijk gericht op volksverheffing (opgericht in 1784)

In 1784 opgericht door de inspanningen van de sociaal bewogen doopsgezinde predikant Jan Nieuwenhuizen (1724-1806) te Edam. Het doel van de Maatschappij was om de volksontwikkeling te stimuleren en daarmee bij te dragen aan de volksverheffing.

Daarbij richtte men zich onder meer op het geven van onderwijs, het opleiden van leerkrachten, het stichten van volksbibliotheken en het oprichten van spaarbanken. De ontwikkeling van de Maatschappij verliep voorspoedig. Hoewel ze aanvankelijk onder politieke verdenking stond vanwege de vele patriotten die er lid van waren, brak er vanaf 1795 een periode van bloei aan, waarin de Maatschappij zich intensief bezighield met de onderwijsvernieuwing.

Het aantal bibliotheken dat door de Maatschappij in stand werd gehouden bedroeg rond 1810 een dertigtal. Ook na de Franse tijd bleef het nutswerk groeien. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd de Maatschappij meer en meer een deel van de ‘liberale’ zuil, ook door de toenemende religieuze en politieke polarisatie in de Nederlandse samenleving.

Dat imago is de Maatschappij nooit meer kwijtgeraakt. Haar nationaal en links-liberaal karakter verdween langzamerhand. Tijdens het interbellum vond de definitieve overgang plaats van een sociale naar een culturele organisatie. Opnieuw ging veel aandacht uit naar het onderwijs, in het bijzonder naar de onderwijsresearch.
Zo werd er een bijzondere leerstoel voor de pedagogiek opgericht en het Nutsseminarium te Amsterdam gesticht. Daarbij speelde Ph.A. Kohnstamm (1875-1951) een belangrijke rol.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam het op verschillende terreinen tot een teruggang. Zo verdwenen de nutsspaarbanken, en tot sociale activiteiten met betrekking tot de armoede, huisvesting en drankmisbruik kwam het niet meer. Na 1955, toen het kleuteronderwijs door de overheid goed georganiseerd werd, namen ook de nutsactiviteiten op dat terrein af, en door de groei van het aantal openbare bibliotheken slonk het aantal nutbibliotheken. Anno 2000 hadden veel activiteiten vooral een cultureel karakter; van de hoofddoelstelling volksontwikkeling lijkt geen sprake meer te zijn.

Auteur

M.J. Aalders [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]


Verder lezen

W.W. Mijnhardt, en A.J. Wichers (red), Om het Algemeen Volksgeluk. Twee eeuwen particulier initiatief 1784-1984 (Edam 1984)