Afscheiding van de Evangelisch-Lutherse Kerk.
Toen bij een predikantsvacature in 1791 in de Evangelisch-Lutherse gemeente van Amsterdam – beïnvloed door de geest der tijd – een zogenaamd rationalistisch predikant werd beroepen, scheidde een deel van de gemeente zich af. Vele Lutherse gemeenteleden hadden de warmte van het geloof gemist. De niet-rationalistische
predikant Johannes Hamelau voegde zich bij de 150 afgescheiden gezinshoofden, die weldra Isaäk Scholten
uit Den Haag als tweede predikant aantrokken. Men nam in 1793 een eigen kerkgebouw aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam in gebruik én verwierf een Wees- en Oudeliedenhuis aan de Haarlemmerstraat. Ook in Enkhuizen, Medemblik, Harlingen, Gorinchem, Zwolle, Den Helder en Hoorn kwamen hersteld-evangelisch lutherse gemeenten tot stand. Diaconaal en missionair was dit orthodox-Lutherse kerkgenootschap
zeer actief. Onder invloed van de in 1947 opgerichte Lutherse Wereldfederatie herenigden de Evangelisch-
Lutherse Kerk en de Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk zich op 31 januari 1952.
Auteur
Th. A. Fafié [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen:
G. Fafié, ‘Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk 1791-1952’, in: Th.A. Fafié e.a. (red.), Hoe het lutherde
in Nederland – De geschiedenis van de Lutherse gemeenten in Nederland, deel 2 (Woerden 1997).