Door de staat bevoorrechte kerk in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Deze werd in de Franse tijd formeel van de staat gescheiden en kreeg in 1816 met de nieuwe naam Nederlandse Hervormde Kerk een andere bestuursstructuur. Als stichtingsdatum van deze kerk wordt de synode van Emden in 1571 aangehouden. Zoals ook uit de vergaderplaats van deze synode blijkt, betrof het aanvankelijk een aantal zich sinds 1566 buiten de landsgrenzen ophoudende vluchtelingenkerken, onder meer te Frankfurt en Londen.
Vanaf 1572 openlijk in de Nederlanden gevestigd, werd dit de door de overheid erkende Nederlandse protestantse kerk, die de Heidelbergse catechismus en de Nederlandse geloofsbelijdenis als confessie aanvaardde, en haar predikanten aan de universiteit liet opleiden. Wie in de Republiek een publieke functie wilde bekleden moest tot deze kerk behoren. De overheid had het recht kerkelijke vergaderingen bij te wonen, selecteerde mede en betaalde de predikant.
De confessie en bestuursstructuur van deze kerk werden definitief vastgelegd, in de Dordtse leerregels en de Dordtse kerkorde, op haar laatste nationale synode (1618-1619). Het kerkverband functioneerde sindsdien alleen op gewestelijk niveau.
Auteur
George Harinck [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Otto J. de Jong, Nederlandse kerkgeschiedenis (Nijkerk 19723) 162-296