Middenorthodoxie

H. Berkhof.jpg

Verzamelbegrip, geïntroduceerd door H. Berkhof in zijn Crisis der middenorthodoxie (1951).

Aanduiding van wie zich in de Nederlandse Hervormde Kerk bovenal kerklid wisten, meer (of: anders) dan lid van een richtingsorganisatie, en die zich inzetten voor kerkopbouw in de lijn van de kerkorde van 1951.  Vaak geïnspireerd door de theologie van Karl Barth sloegen vele vroegere ‘ethischen’ (Ethisch-irenischen, Ethische Vereeniging) en vele ‘confessionelen’ (Confessionele vereniging) de handen ineen en vonden de eigen richting minder belangrijk dan de inbreng in de kerk als geheel. Ook de generale synode voerde na 1945 een middenorthodox beleid. Zij streefde ernaar de richtingen met elkaar in gesprek te brengen. In plaats van over ‘richtingen’ ging men spreken over ‘modaliteiten’: verschillende wijzen van geloofsverwoording die elkaar kunnen verrijken. Berkhof bedoelde de term middenorthodoxie trouwens kritisch; hij wees op het gevaar van kleurloosheid en oppervlakkigheid.

Auteur

Karel Blei [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]