Fiolet, Hermanus Antonius Maria

Fiolet HAM.jpg

Theoloog (Sloten [N.H.] 15 augustus 1920)

‘Ik ben niet gekomen om zalf te smeren op de wonden van de kerken maar om de kerken uit te dagen tot eenheid en vernieuwing.’ Dit was zeventien jaar lang, van 1968 tot 1985, Herman Fiolets motto, als eerste algemeen secretaris van de Raad van Kerken. In de persoonlijke omgang was de franciscaan de beminnelijkheid zelve, wars van polarisatie, maar waar het de onmacht en onwil van de kerken betrof om tot gemeenschap te komen was hij bepaald geen zachte heelmeester.

Toen Fiolet na zijn priesterwijding de opdracht kreeg zich verder te verdiepen in de apologetica besloot hij studie te gaan maken van het protestantse geloof. Als je je eigen geloof moest verdedigen en rechtvaardigen, dan moest je toch allereerst weten wie je opponenten waren? Hiertoe wilde hij een vergadering van de pas – in 1948 – opgerichte Wereldraad van Kerken bijwonen, maar het werd hem van hogerhand verboden. Fiolet ging toch, clandestien, zogenaamd als verslaggever van de Volkskrant. Zijn oecumenische gezindheid deed hem bedanken voor het aanbod medewerker te worden van Het schild. Het befaamde tijdschrift stond pal voor Rome en was een geharnast verdediger van het rooms-katholieke geloof. Fiolets blik was breder en opener – onbevangener; hij werd later, in 1967, medewerker (en redactiesecretaris) van het maandblad Kosmos + oecumene.

In 1953 promoveerde Fiolet op Een kerk in onrust over haar belijdenis. Niet de belijdenis van de rooms-katholieke kerk, maar die van de hervormde kerk. Berkhof zag Fiolet deze periode regelmatig op zijn theologisch seminarium en werd getroffen door ‘de innerlijke vrijheid waarmee hij zich tussen zijn eigen kerk en de mijne heen en weer bewoog.’ De beginzin van Fiolets proefschrift sprak wat zijn oecumenische inborst betrof boekdelen: ‘De studie is gegroeid uit oecumenisch meeleven met de grote daden welke God gedurende het laatste decennium in de Nederlandse Hervormde Kerk heeft gewerkt.’ Toch hield het werk het juiste midden tussen objectiviteit en betrokkenheid. Jarenlang was het een Fundgrube voor hervormde theologen.

Dat het Nederlandse episcopaat andersgezind was bleek in 1954, een jaar na Fiolets promotie, eens te meer met de uitvaardiging van het bisschoppelijk mandement waarin de gelovigen werden gemaand trouw te blijven aan de katholieke politiek-maatschappelijke organisaties. De clerus dacht nog steeds in termen van herstel van de kerkelijke eenheid en terugkeer van de dwalers, terwijl Fiolet een nieuw begin wilde maken.

In 1959 werd hij deeltijd hoogleraar in de dogmatische, reformatorische en oecumenische theologie aan de Katholieke Hogeschool in Amsterdam. Een jaar later vroeg bisschop Bekkers van Den Bosch Fiolet als oecumenisch adviseur. Het Tweede Vaticaanse concilie, dat in 1962 werd geopend, gaf de geest van de oecumene een nieuwe impuls. Fiolet, van 1963 tot 1970 studiesecretaris van de Willibrordsvereniging, bracht gesprekken tussen priesters en predikanten op gang. Ze baanden onder meer de weg tot de oprichting van de Raad van Kerken in 1968. Fiolet werd haar eerste algemeen secretaris, aanvankelijk vol hoop dat de oude kerken en structuren zouden verdwijnen en een nieuwe kerk zou ontstaan. Maar de weerstanden bleken al gauw heel groot, niet in het minst binnen zijn eigen kerk die Fiolet meer dan eens terugfloot.

Toen hij in 1985 terugtrad was van een wezenlijk grotere eenheid eigenlijk geen sprake. Acht jaar later, bij het ten grave dragen van Kosmos + oecumene, priemde hij de verwijtende vinger vooral naar de eigen kerk. ‘Door fixatie op het verleden kan zij op de nieuwe vragen van onze tijd geen nieuw antwoord aanbieden’, stelde hij vast. In 2008, bij het veertigjarig bestaan van de Raad van Kerken, toen Fiolet opnieuw moest vaststellen dat er in de oecumene weinig voortgang was geboekt, kwam hij tot dezelfde conclusie: ‘Dat komt vooral door de afhoudende rol van de rooms-katholieke kerk.’.

Auteur
Peter Bak, voor Protestant.nl
24 augustus 2009

Verder lezen
Willem R. van der Zee, Een droom van een kerk: mensen uit de Raad van Kerken aan het woord: een bundel, samengesteld voor H.A.M. Fiolet (Amersfoort 1985)

Informatie op internet
Peter de Waard, 'Clandestien voor de Volkskrant'