Evangelische beweging

evangelische beweging.jpg

Overkoepelende naam voor evangelische christenen en organisaties

De beweging is interkerkelijk (zij het hoofdzakelijk protestants), concentreert zich op basisovertuigingen van het evangelie, vooral het verlossende werk van Jezus Christus, en heeft een sterk missionair karakter. De evangelische beweging deelt haar belangrijkste basisovertuigingen met andere orthodoxe christenen: het gezag van de bijbel in leer en leven, de noodzaak van bekering en geloof in Jezus Christus, het belang van gebed en de toewijding om het evangelie te verkondigen aan alle culturen. Het onderscheid tussen hen is daarom eerder historisch en sociologisch te verklaren.

De vormende theologische waarden van de evangelische beweging komen voort uit vier bewegingen in de kerkgeschiedenis. Allereerst in de zestiende eeuw de Reformatie, met haar nadruk op geloof en bijbel, daarna in de zeventiende eeuw het puritanisme in Engeland en piëtisme in Duitsland, waarin de praktijk van de geloofservaring en levensheiliging centraal stonden.

Vervolgens zijn er in de achttiende en negentiende eeuw de opwekkingsbewegingen in Engeland en Amerika, en ten slotte de zendingsbeweging van de negentiende eeuw. De moderne evangelische beweging is sterk gevormd door het Amerikaanse evangelicalisme van na de Tweede Wereldoorlog. De evangelist Billy Graham speelde met Carl Hendry en anderen een centrale rol in de opbouw van de evangelische beweging in en buiten Amerika.

De term ‘evangelisch’ heeft in Nederland vaak een beperktere strekking dan het Engelse evangelical. In enge zin wordt het begrip geassocieerd met twintigste-eeuwse evangelisatiebewegingen, informele liturgie (opwekkingsliederen) en nadruk op persoonlijke, onder invloed van de charismatische beweging vaak ook uitbundige geloofsbeleving. In internationale context is de evangelische beweging echter zeer breed: naast charismatische evangelicals zijn er bijvoorbeeld baptistische, anglicaanse en gereformeerde evangelicals.

Om aan te sluiten bij de meer theologische en historische waarden van het internationale evangelicalisme, is aan het eind van de twintigste eeuw in Nederland het woord evangelikalen geïntroduceerd, om tegenstellingen tussen bijvoorbeeld ‘evangelisch’ en ‘reformatorisch’ of ‘gereformeerd’ te voorkomen. Dat deze tegenstelling toch ervaren wordt, is te verklaren uit de historische omstandigheid dat de vooral informele en laagkerkelijke evangelische beweging een soort tegenbeweging tegen de dominerende formele Nederlandse kerkcultuur is geweest. Al met al heeft deze situatie ertoe geleid dat de gereformeerde voorman Abraham Kuyper in Amerikaanse handboeken tot de ‘evangelicals’ gerekend wordt, terwijl dat in Nederland zeker niet zonder meer het geval is.

De evangelische beweging is in Nederland voor de Tweede Wereldoorlog zichtbaar in maatschappelijk betrokken
organisaties als het Leger des Heils en de Vereniging tot Heil des Volks, en kerkgenootschappen als de Unie van Baptisten, Vergadering van gelovigen, Vrije Evangelische Gemeenten en Hernhutters. Na de Tweede Wereldoorlog startten vele van oorsprong Amerikaanse zendings- en evangelisatieorganisaties, zoals Youth for Christ en de Navigators.

Rondom 1970 zien wij vervolgens de opkomst van bewegingen in Nederland, waaronder de Evangelische Omroep, Evangelische Alliantie, IFES, Instituut voor Evangelisatie (later: Agapè), Jeugd met een Opdracht (Youth with a Mission) en Opwekking.

Aan het eind van de twintigste eeuw is de evangelische beweging, en met name de charismatische stroming daarbinnen, wereldwijd de snelstgroeiende religieuze beweging. Het gezicht van de moderne evangelische beweging wordt sterk bepaald door vele niet kerkelijk gebonden instellingen, waaronder scholen, zendings- en ontwikkelingshulporganisaties en media-instellingen (uitgeverijen, omroepen en muziekindustrie). Ondanks verschillende theologische waardering vindt de beweging in Nederland in toenemende mate gehoor bij traditionele
kerken.

Modellen voor gemeenteopbouw van evangelische huize worden breed besproken en gebruikt, en de evangelische geloofsbeleving krijgt in vele kerken een vaste plaats in de liturgie. Bekende publicaties zijn Idea, het gemeenteopbouwblad van de Evangelische Alliantie, en Soteria, kwartaalschrift voor evangelische en theologische bezinning.

Auteur

T. Ramaker [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]

Verder lezen

H.C. Stoffels, Wandelen in het licht (Kampen 1990)