Wetenschap heeft groter invloed op geloof dan geloof op wetenschap

P1020631II.jpg
01 dec

Wetenschap overheerst in toenemende mate het christelijk geloof. Verdringt het zelfs. Een stelling naar aanleiding van het verschijnen van de bundel Geleerd & Gelovig. Daarin vertellen 22 christelijke wetenschappers over hun geloof in God en de relatie daarvan met de wetenschap. Levert de wetenschap een worsteling op met het geloof of is het juist een stimulans voor het geloof? Speelt geloof nog steeds een grote rol in de dagelijkse praktijk van de wetenschap?

RONALD MEESTER, hoogleraar Wiskunde aan de Vrije Universiteit reageert:

Dat ontwikkelingen binnen de (natuur)wetenschap van invloed zijn op het geloof van mensen zal niemand kunnen ontkennen. Deze invloed kan overigens verschillende kanten opgaan. Enerzijds kunnen mensen bijvoorbeeld evolutiebiologie aangrijpen om de noodzaak van een scheppende God te ontkennen (bijvoorbeeld Dawkins en Dennett), anderzijds kunnen mensen de mateloze complexiteit en schoonheid van de natuur zien als een aanwijzing dat iets dergelijks niet “zomaar” tot stand kan komen, en spreken over genetische codes als “de taal van God” (bijvoorbeeld Dekker en Collins). De tijdgeest lijkt echter over te hellen naar het eerst genoemde effect: wetenschap maakt het tegenwoordig mogelijk om op een intellectueel bevredigende manier atheïst te zijn. De voorstanders hiervan zijn in Nederland luidruchtig aanwezig en als zodanig is deze invloed onmiskenbaar. 

Ik denk echter dat omgekeerd de invloed van geloof op wetenschap veel groter is dan de meeste mensen vermoeden of willen toegeven, voor zover ze zich er überhaupt van bewust zijn. Ik doel hier niet op “geloof” in de engere zin van bijvoorbeeld het conservatieve christendom, en al zeker niet op het creationisme dat de bijbel als onomstotelijke waarheid beschouwt en waarbij wetenschap die daarmee niet strookt simpelweg als verkeerd wordt gezien. Nee, deze invloed van geloof op wetenschap zou niemand serieus moeten nemen.

Wanneer je echter dieper kijkt, dan is er wel degelijk een belangrijke en zinvolle invloed van geloof op wetenschap, waarbij je “geloof” moet opvatten in de meer algemene zin van iemands levensbeschouwing. Wat mensen geloven of hopen is van grote invloed op de manier waarop ze wetenschap bedrijven, niet alleen in de keuze van de te onderzoeken verschijnselen, maar ook in de interpretatie van de verkregen gegevens. De positie die wetenschap in neemt wordt bepaald door een metafysisch wereldbeeld, en uiteindelijk dus ook door wat iemand wel of niet gelooft. 

De relatie en wisselwerking tussen geloof en wetenschap zijn dan ook veel te gecompliceerd om af te kunnen doen met een uitspraak als zou de een de ander meer beïnvloeden of andersom. Het feit dat de maatschappelijke zichtbaarheid van de invloed van wetenschap op geloof veel groter is dan de invloed de andere kant op, betekent nog niet dat dit de werkelijke verhoudingen zijn, of zelfs dat de relatie op een dergelijke simpele manier beschreven zou kunnen worden.

Dit betekent dat ik het uiteindelijk niet eens kan zijn met de stelling.

Ronald Meester, hoogleraar Wiskunde aan de Vrije Universiteit en mede-auteur van o.a. Een schitterend Ongeluk of Sporen van Ontwerp, een bundel over geloof en evolutietheorie.

En dit zegt TAEDE SMEDES, godsdienstfilosoof en freelance auteur over geloof:

Toen in 1648 de Dertigjarige Oorlog eindigde met de Westfaalse Vrede, ontstond er een bewustzijn dat religie niet alleen positief te beoordelen was, maar ook een diepe verdeeldheid kon zaaien. De Dertigjarige Oorlog was immers een bloedige godsdienstoorlog, ontstaan in een samenleving die door de Reformatie verdeeld raakte in twee kampen: katholieken en protestanten. 1648 markeert het begin van de Verlichting. De rede werd een centraal begrip. Immers ieder mens bezit de rede, of boer of edelman, ofschoon de rede bij de een meer gecultiveerd was dan bij de ander. De rede werd al gauw gespiegeld aan de opkomende natuurwetenschappen. Denk aan Galileo die sprak over de wiskunde als de taal van de natuur, of aan Descartes die onder de indruk was van de deductieve kracht van wiskunde ergens verzucht dat een samenleving eigenlijk op mathematische principes gebouwd zou moeten worden.

Voor de Verlichting was godsdienst de overheersende factor geweest; denk aan de grote scholastieke synthesen van geloof en rede door bijvoorbeeld Thomas van Aquino. Maar met de Verlichting krijgt de wetenschappelijke rationaliteit de overhand – en het is sindsdien niet anders geweest. De christelijke theologie heeft nog geprobeerd aan het criterium van wetenschappelijkheid te voldoen – denk aan de natuurlijke theologie en Paleys ontwerpargument – maar tevergeefs.

Vandaag de dag verschijnen er boeken (van bijvoorbeeld Victor Stenger en Taner Edis) waarin wordt gesteld dat de wetenschap heeft aangetoond dat God niet bestaat of dat tenminste Gods bestaan zeer onwaarschijnlijk is. Vanuit orthodox-gelovige zijde verschijnen er allerlei apologetische boeken (van bijvoorbeeld Ben Hobrink of Lee Strobel) die zich op de wetenschap beroepen om aan te tonen dat God wel degelijk bestaat. Gematigder is bijvoorbeeld de Amerikaanse gelovige filosofe Patricia Williams, die meent dat de evolutietheorie het idee van erfzonde ter discussie stelt. Gelovige filosofe Nancey Murphy meent dat de neurowetenschappen het zielsbegrip overbodig hebben gemaakt. En de Anglicaanse theoloog en voormalig biochemicus Arthur Peacocke meende dat christelijke eschatologie overboord gegooid kon worden als ijdele speculatie; denken over het einde van het universum zou beter overgelaten kunnen worden aan kosmologen.

En zo zijn er veel meer voorbeelden te geven die aantonen dat de natuurwetenschappen een grote invloed hebben op het theologische discours. Theologen staan veelal met de mond vol tanden, want hoe kun je  nog redelijkerwijs over God spreken in een wetenschappelijk tijdperk?

Taede Smedes, godsdienstfilosoof en freelance auteur over geloof en wetenschap. Hij is verbonden aan de Faculteit Godgeleerdheid van de Katholieke Universiteit Leuven. www.tasmedes.nl.

Reacties

wetenschap alleen natuurwetenschap?

Ik meen dat niet alleen de natuurwetenschappen het geloof beinvloeden. De moderne Bijbelwetenschap en de filologie doen dat nog veel meer. Het hele moderne Christendom is een product van de moderne Bijbelwetenschap. Die is niet in deze thread genoemd.

Scheppend vermogen.

Ik ben van mening dat geloof en wetenschap elkaar beïnvloeden omdat de mens in essentie een scheppend vermogen bezit. Geloof en wetenschap kunnen niet zonder elkaar. Door geloof worden zaadjes verspreid die ergens terechtkomen zodat iets ontstaat.

Nieuwe reactie inzenden

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <br> <p>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

 __     __ __     __  _      _     
\ \ / / \ \ / / | | __ | |
\ \ / / \ \ / / | |/ / | |
\ V / \ V / | < | |___
\_/ \_/ |_|\_\ |_____|
Enter the code depicted in ASCII art style.