
Het CDA had een warm congres afgelopen zaterdag. De kwestie rond Mauro verhitte de gemoederen, zowel binnen als buiten de partij. Maar informeel partijleider Maxime Verhagen kondigde eensgezindheid af en dat werd nog eens bevestigd door fractievoorzitter Van Haersma Buma.
De resolutie over een ruimhartiger beleid voor jonge asielzoekers werd met overgrote meerderheid aangenomen. Een signaal dat volgens de fractievoorzitter serieus zal worden genomen. Minister Leers zag de resolutie als een onderstreping van zijn beleid. Allemaal eenheid dus. Maar dit beeld is vreemd aan wat zich aftekent in en rondom de partij. Het aantal kiezers dat nu op het CDA zou stemmen, is nog lager dan bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen. Partijvoorzitter Peetoom kondigde een marathon aan voor herstel, maar of daar nog tijd voor is?
In zekere zin heeft Mauro de aandacht afgeleid van de grote problemen waarin de partij zich bevindt. De Tweede Kamerfractie slaagt er onvoldoende in om een eigen geluid te laten horen dat bijdraagt aan herstel van het CDA. Het is te gemakkelijk om dat tekort uitsluitend te wijten aan de gedoogconstructie met de PVV. Het CDA heeft te weinig eigenheid om een onderscheidend profiel te laten zien. De voorzitter wees terecht op een achterstand in het denken. Veel te lang heeft het CDA geteerd op zijn positie als regeringspartij. Het denken over wat christendemocratie betekent voor nu en straks, is vrijwel stopgezet. Al werd er voortdurend verwezen naar de christendemocratische uitgangspunten, wat die inhouden voor de veranderde omstandigheden, bleef onbesproken.
Het CDA is te veel in zichzelf gekeerd. Nog steeds. Dat werd zaterdag weer eens bevestigd. Veel congresgangers beleefden het congres als een warme bijeenkomst, en werden daarin gesterkt door de toespraak van Van Haersma Buma: ,,Ik ben trots op u, op dit congres en op het CDA.” Maar waarop kan de partij trots zijn? Steeds meer kiezers in de samenleving kunnen die trots niet meer meemaken. Sterker, ze keren zich af van een partij die in hun visie veeleer reden heeft voor schaamte.
Op geen enkel beleidsterrein heeft het CDA nog een aansprekende visie. Oude begrippen als gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap zijn hol geworden. Als ze nog worden gebruikt - zoals tijdens de toespraak van Verhagen - klinken ze bijna potsierlijk. Hoe kán Verhagen het woord rentmeesterschap in de mond nemen terwijl hij weet dat Nederland - mede door toedoen van het CDA - ver achterloopt in duurzaamheidsbeleid?
De partij gaat haar kernwoorden vernieuwen in haar poging om meer mensen van buiten de eigen traditie te trekken. De ‘C’ staat niet zozeer ter discussie, maar wordt in het geheel van minder belang geacht: de partij moet ook interessant zijn voor mensen met bijvoorbeeld een humanistisch inslag. Het resultaat is voorspelbaar.
Het christelijk geloof als zijnswijze, dát zou de kern moeten zijn van het CDA; het is de grond van zijn bestaan. Het christelijk geloof met zijn rijke traditie roept op tot een eigen visie op de mens en diens verantwoordelijkheden, met concrete toepassingen voor alle domeinen van het leven, ook het politieke.
Lútsen Kooistra, hoofdredacteur Friesch Dagblad/Het goede leven
Nieuwe reactie inzenden